ABRvS 17 april 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ8389
Zoals volgt uit hetgeen de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 1 december 2010 LJN: BP2936), is het Handvest juridisch bindend geworden met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009. Gelet op artikel 51, eerste lid, van het Handvest, is het Handvest uitsluitend van toepassing wanneer de lidstaten het recht van de Unie ten uitvoer brengen. Het besluit van de minister dateert van 23 augustus 2012 en is genomen krachtens artikel 62a en artikel 66a van de Vw 2000 welke bepalingen een omzetting vormen van artikel 6 onderscheidenlijk artikel 11 van de Terugkeerrichtlijn. Aldus heeft de staatssecretaris in deze zaak het recht van de Unie ten uitvoer gebracht. De zaak valt derhalve binnen de materiële werkingssfeer van het Handvest. Uit het arrest van het Hof van Justitie van 18 december 2008, C-349/07, Sopropé, (hierna: het arrest Sopropé; www.curia.europa.eu) volgt dat de eerbiediging van de rechten van de verdediging een algemeen beginsel van het recht van de Unie is dat van toepassing is wanneer de administratie voornemens is een bezwarend besluit jegens een bepaalde persoon te nemen. Uit het arrest van het Hof van Justitie van 22 november 2012, C-277/11, M.M., punt 82 (www.curia.europa.eu), volgt dat bedoelde rechten onder meer zijn neergelegd in artikel 41, tweede lid, van het Handvest. Gelet op de derde in de uitspraak van 1 augustus 2012 van de Afdeling in zaken nrs. 201108135/1/A3 en 201110165/1/A3 (LJN: BX3309) gestelde prejudiciële vraag is het thans onduidelijk of voormeld artikel 41, tweede lid ook van toepassing is wanneer de lidstaten het recht van de Unie ten uitvoer brengen. Het terugkeerbesluit en het inreisverbod zijn bezwarende besluiten. Nu deze besluiten zijn genomen krachtens artikel 62a en artikel 66a van de Vw 2000 is bij de voorbereiding van deze besluiten in elk geval, gelet op het arrest Sopropé, het algemene beginsel van de eerbiediging van de rechten van verdediging van toepassing. Meer in het bijzonder heeft het Hof van Justitie in dat arrest in punt 37 overwogen dat de adressaten van besluiten die hun belangen aanmerkelijk raken, in staat moeten worden gesteld naar behoren hun standpunt kenbaar te maken over de elementen waarop de administratie haar besluit wil baseren en dat zij daartoe over een toereikende termijn dienen te beschikken.
De uitspraak op rechtspraak.nl