ABRvS A-G Keus 12 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1882
Het standpunt van de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, thans de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, dat de beide vreemdelingen onder de verantwoordelijkheid van het ISH vallen, dat het ISH voor hun relocatie in een veilig derde land zal zorgen zodat gedwongen terugkeer naar hun land van herkomst niet aan de orde is en dat zij derhalve niet behoeven te vrezen voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag of voor een met artikel 3 van het EVRM strijdige behandeling, vindt naar mijn mening geen steun in het internationale recht, het Unierecht en het nationale vreemdelingenrecht.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 2 Statuut
- Artikel 21 Statuut
- Artikel 68 Statuut
- Artikel 8:12a Awb
- Artikel 28 VW
- Artikel 29 VW
- Artikel 30 VW
- Artikel 31 VW
- Artikel 85 VW
- Artikel 3.105b VB
- Artikel 3.105e VB
- Artikel 3 EVRM
- Artikel 31 Weens Verdragenverdrag
- Artikel 1 VN Handvest
- Artikel 2 VN Handvest
- Artikel 2
- Artikel 13
- Artikel 15
- Artikel 18
- Artikel 21
Aangehaalde uitspraken
- Hof van Justitie van de Europese Unie 19 december 2012, ECLI:NL:XX:2012:BY7806
- Rb. 's-Gravenhage 28 december 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BU9492
- Hof van Justitie van de Europese Unie 17 juni 2010, ECLI:NL:XX:2010:BM9378
- Europees Hof voor de Rechten van de Mens 15 september 2005, ECLI:NL:XX:2005:AU9979
- ABRvS 2 november 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AR5855
- ABRvS 16 januari 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AO2496
- ABRvS 12 december 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AO2566
- ABRvS 27 oktober 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AN8454
- Europees Hof voor de Rechten van de Mens 18 februari 1999, ECLI:NL:XX:1999:AL2027
- Europees Hof voor de Rechten van de Mens 7 juli 1989, ECLI:NL:XX:1989:AB9902