Rb. 's-Gravenhage 28 december 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BU9492
Asiel DRC, Getuigen Internationaal Strafhof, toepasselijkheid Vw 2000 Eisers zijn getuigen bij het Internationaal Strafhof en bevinden zich daar in detentie. Het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof bepaalt dat eisers na het afleggen van hun getuigenverklaring weer worden overgebracht naar de Democratische Republiek Congo. Eisers hebben op 12 mei 2011 schriftelijk verzocht om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel. Het Internationaal Strafhof heeft de Nederlandse autoriteiten verzocht om te beoordelen of terugkeer van eisers naar de Democratische Republiek Congo in strijd zou zijn met verschillende refoulement-verboden. De beroepen richten zich tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag en tegen het uitblijven van een reactie op het verzoek om de aanvragen in behandeling te nemen. Het geschil spitst zich in alle zaken toe op de vraag of de asielaanvragen van eisers van 12 mei 2011 met toepassing van de procedures genoemd in de Vw 2000 kunnen en/of moeten worden afgedaan of dat, zoals verweerder stelt, een sui generis procedure met toepassing van de Awb moet worden gevolgd. Eisers hebben de krachtens de Vw 2000 voorgeschreven formulieren gebruikt voor de indiening van hun aanvragen en de aanvragen zijn ingediend door hun gemachtigde. Los van de vraag of en in hoeverre deze met toepassing van de Vw 2000 kunnen of moeten worden afgedaan, zijn de aanvragen daarom aan te merken als aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerders stelling dat de voor asielaanvragen voorgeschreven beslistermijn is opgeschort omdat eisers niet hebben meegewerkt aan de geplande gehoren in het kader van de sui generis procedure, kan niet worden gevolgd. Verweerder stelt zich immers op het standpunt dat de Vw 2000 toepasselijkheid mist. Het niet meewerken aan de gehoren is binnen verweerders standpunt dan ook geen relevante factor. De op 2 december 2011 ingediende beroepen tegen het niet tijdig beslissen op de aanvragen zijn dan ook gegrond. Om te kunnen komen tot een termijnstelling, beoordeelt de rechtbank of de (procedurele) voorschriften van de Vw 2000 en de daarop gebaseerde (beleids)regels voor het behandelen en beoordelen van asielaanvragen van toepassing zijn op de aanvragen van eisers. De conclusie is dat noch in het nationale recht, noch in de regelgeving betreffende het Internationaal Strafhof een grond te vinden om tot het oordeel te komen dat op de behandeling en de beoordeling van de asielaanvragen van eisers de Vw 2000 en de daarop gebaseerde (beleids)regels niet van toepassing zou zijn. De rechtbank volgt niet het betoog van verweerder dat de Vw 2000 in het geval van eisers in zijn geheel buiten toepassing dient te worden gelaten, omdat toepassing daarvan de afspraken die zijn gemaakt tussen het Internationaal Strafhof en de Democratische Republiek Congo zou doorkruisen. Een dergelijke buiten toepassing laten zou hooguit gerechtvaardigd kunnen zijn ten aanzien van die onderdelen van de Vw 2000 die tot een doorkruising van de taakuitoefening van het Internationaal Strafhof leiden. Ten aanzien van de behandeling en de beoordeling van de asielaanvragen, waartoe de rechtbank zich in verband met de termijnstelling beperkt, is de rechtbank niet van een dergelijke doorkruising gebleken. De omstandigheid dat eisers zich in de rechtsmacht bevinden van het Internationaal Strafhof doet in dit geval niet af aan de toepasselijkheid van de in de Vw 2000 en de daarop gebaseerde (beleids)regels voorziene procedures voor de behandeling en beoordeling van de asielaanvragen. In dat verband wijst de rechtbank erop dat het Internationaal Strafhof zijn volledige medewerking geeft aan de toepassing van deze procedures door de Nederlandse autoriteiten.
De uitspraak op rechtspraak.nl