ABRvS 14 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW6197
De minister klaagt terecht dat de Rb. aldus niet heeft onderkend dat indien een verzoek om herziening wordt toegewezen, de beslissing op dat verzoek tevens een nieuw oordeel over het geschil inhoudt, dat wordt neergelegd in een uitspraak in de zin van afdeling 8.2.6. Awb. Gelet op voormeld art. 47, lid 1 van de Wet op de Raad van State staat tegen die uitspraak hoger beroep open. (…) Voor de vraag of in dit geval aan bedoelde voorwaarde is voldaan, is evenwel niet zozeer van belang of de op 29 augustus 2011 opgelegde bewaringsmaatregel achteraf bezien, bij gebreke van een rechtmatig terugkeerbesluit, onrechtmatig moet worden geacht, maar dat die door de Rb. geoordeelde onrechtmatigheid het gevolg is van de uitspraak van de Rb. van 2 november 2011, waarbij, voor zover thans van belang, het terugkeerbesluit is herroepen. Hoewel die uitspraak weliswaar – materieel gezien – een ander licht zou kunnen werpen op de rechtmatigheid van de inbewaringstelling in de periode van 29 augustus 2011 tot en met 8 september 2011, is deze van latere datum dan de uitspraak waarvan herziening is verzocht. Derhalve klaagt de minister terecht dat de Rb. ten onrechte tot het oordeel is gekomen dat aan de in art. 8:88, lid 1, onder a, van de Awb opgenomen voorwaarde voor herziening is voldaan. De terugwerkende kracht van de herroeping van het terugkeerbesluit maakt het voorgaande niet anders. (…) in geval de bewaringsrechter in een uitspraak die dateert van voor de vernietiging van het terugkeerbesluit de bewaring over deze periode reeds rechtmatig heeft bevonden, [moet] voor de betreffende vreemdeling steeds de mogelijkheid bestaan om de aldus door hem geleden schade vergoed te krijgen. Een ander oordeel zou zich niet verhouden met voormelde artikelen 5 en 13 van het EVRM. (…) In de thans voorliggende situatie heeft evenwel niet het besluit tot inbewaringstelling, maar het – onrechtmatig bevonden – terugkeerbesluit als schadeveroorzakend besluit te gelden. Derhalve biedt art. 8:73, lid 1 Awb de Rb. een grondslag om, in geval van een gegrondverklaring van een tegen een terugkeerbesluit ingesteld beroep, op verzoek van de betreffende vreemdeling de minister te kunnen veroordelen tot vergoeding van de schade die de vreemdeling als gevolg van dat terugkeerbesluit heeft geleden en staat de onaantastbaarheid in rechte van het eerdere rechterlijk oordeel over de inbewaringstelling, noch voormelde jurisprudentie van de Afdeling daaraan in de weg.
De uitspraak op rechtspraak.nl