Rb. Den Haag 14 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:6490

Deze uitspraak gaat over een verzoek om schadevergoeding die de vreemdeling heeft gedaan in de procedure tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. De rechtbank heeft eisers beroep tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag in een eerdere uitspraak gegrond verklaard omdat verweerder de aanvraag ten onrechte heeft afgewezen als kennelijk ongegrond vanwege eisers herkomst uit een veilig land. Dit gelet op de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 8 januari 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:172). Eiser verzoekt om schadevergoeding omdat daarmee ook de grondslag voor toepassing van de grensprocedure en de bewaringsmaatregel onrechtmatig is bevonden en eiser als gevolg van de bewaringsmaatregel schade heeft geleden. De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding toe. Vanaf het gehoor had voor verweerder duidelijk moeten zijn dat de grensprocedure niet kon worden voortgezet en dat de bewaringsmaatregel niet kon voortduren. De rechtbank is niet met de minister eens dat eiser dit verzoek om schadevergoeding alleen kan doen in de procedure tegen de bewaringsmaatregel. In dit geval moet niet de bewaringsmaatregel maar het besluit tot voortzetting van de grensprocedure als schadeoorzaak worden aangewezen. Indien de minister gevolgd zou worden, zou dit bovendien betekenen dat eiser een deel van de geleden schade niet vergoed zou kunnen krijgen door de min of meer toevallige omstandigheid dat de rechtbank de bewaringsmaatregel in eerdere uitspraak rechtmatig heeft bevonden. Een dergelijk oordeel zou zich niet verhouden tot artikelen 5 en 13 van het EVRM.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken