ABRvS 29 april 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI4040
Leges / aanzegging tot legesbetaling / geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb / geen handeling in de zin van artikel 72, derde lid, van de Vw 2000 De verplichting voor de vreemdeling om voor het in behandeling nemen van haar aanvraag leges te voldoen, volgt uit artikel 24, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) gelezen in samenhang met artikel 3.34g van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (hierna: het VV 2000). Gelet op deze rechtstreeks uit de wet voortvloeiende op de vreemdeling rustende verplichting om het in het VV 2000 bepaalde bedrag aan leges te voldoen, is de aanzegging niet gericht op enig rechtsgevolg en kan derhalve niet worden aangemerkt als besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Aangezien bezwaren tegen de legesheffing naar voren kunnen worden gebracht in het kader van het besluit op de aanvraag tot het verlenen van de gevraagde verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd dan wel in het kader van een verzoek om restitutie, is de aanzegging evenmin een handeling in de zin van artikel 72, derde lid, van de Vw 2000.
De uitspraak op rechtspraak.nl