Conclusie A-G Keus 9 juli 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BM2314
Vermogensrecht/Bestuursrecht. Collectieve actie (art. 3:305a BW). Associatieovereenkomst EEG-Turkije. Vordering van vreemdelingenorganisaties tot onverbindverklaring van ministeriële regelingen aangaande leges voor onder meer aanvragen tot verlening van een verblijfsvergunning. Gelet op behoorlijke taakverdeling tussen bestuursrechter en burgerlijke rechter kan - nu de vreemdelingenorganisaties niet een eigen belang behartigen, doch slechts optreden ter behartiging van de gebundelde belangen van individuele vreemdelingen ter zake besluiten tot legesheffing die die vreemdelingen in een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang ook op het punt van de verbindendheid van de legesregelingen bij de bestuursrechter kunnen aanvechten - de verbindendheid van de legesregeling uitsluitend door de betrokken vreemdeling zelf worden aangevochten in de bestuursrechtelijk rechtgang. Indien de vreemdelingenorganisaties daarnaast een eigen belang behartigen, waarvoor zij zich niet tot de bestuursrechter kunnen wenden, staat toegang tot de burgerlijke rechter open.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 32 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 217 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 104 Gw
- Artikel 3:303 BW3
- Artikel 3:305a BW3
- Artikel 1:2 Awb
- Artikel 1:3 Awb
- Artikel 8:2 Awb
- Artikel 8 Rw
- Artikel 21 VW
- Artikel 24 VW
- Artikel 3.34 VV
- Artikel 3.34a VV
- Artikel 3.34b VV
- Artikel 3.34f VV
- Artikel 3.34g VV
- Artikel 3.34h VV
- Artikel 3b Regeling op de consulaire tarieven
- Artikel 8 EVRM
- Artikel 14 EVRM