Rb. 's-Gravenhage 11 april 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BD3030

Verblijfsvergunning langdurig ingezetenen / Richtlijn 2003/19/EG / legesheffing / geen wettelijke grondslag Brief 20 oktober 2006, waarbij is verzocht leges te betalen voor de op 14 september 2006 ingediende aanvraag op grond van Richtlijn 2003/109/EG (verblijf voor langdurig ingezetenen), is aan te merken als besluit in de zin van artikel 1:3, van de Awb. Richtlijn had uiterlijk 23 januari 2006 geïmplementeerd moeten zijn in nationale regelgeving, maar implementatiewetgeving is, bij wet van 23 november 2006, eerst per 1 december 2006 (Staatsblad 2006, 584) in werking getreden. Geen tijdige implementatie. Betreffende bepalingen Richtlijn voorts inhoudelijk onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig. Eiser kan op betreffende bepalingen Richtlijn derhalve een beroep doen. Richtlijn bevat geen bepalingen over heffen leges voor onderhavige aanvraag, maar bevat evenmin verbod. Dat bevoegdheid tot heffen leges is overgelaten aan nationaalrechtelijke bevoegdheden lidstaten volgt voorts ook uit overweging 10 preambule bij de Richtlijn. Dat oorspronkelijke tekst Richtlijn juist wel een bepaling bevatte over heffen leges doet aan voorgaande niet af. Artikel 9, derde lid van de oorspronkelijk tekst luidde “De EG-verblijfsvergunning (..) wordt gratis verstrekt of tegen betaling van een bedrag dat niet hoger is dan de rechten van heffingen die van de eigen onderdanen worden verlangd voor de afgifte van een identiteitskaart”. Indien, zoals eiser stelt, het in een Richtlijn niet benoemen van de mogelijkheid tot het heffen van leges per definitie betekent dat lidstaten geen leges mogen heffen, dan zou het gedeelte “wordt gratis verstrekt”, zinledig zijn. Bovendien volgt uit onderhandelingen voorafgaand aan definitieve tekst Richtlijn dat door merendeel lidstaten op enig moment overeenstemming was bereikt om verblijfsvergunning kosteloos dan wel tegen betaling van de reële administratieve kosten te verstrekken. Twee lidstaten, waaronder Nederland, konden zich hier niet in vinden, maar niet staat vermeld dat de reden daarvoor was dat zij bezwaar hadden tegen het feit dat leges geheven zouden kunnen worden. Omdat de Richtlijn ten tijde van de aanvraag nog niet geïmplementeerd was, kon verblijfsvergunning enkel verleend worden op basis van Richtlijn en niet op grond van nationale wettelijke bepaling. Er bestond ten tijde van aanvraag geen nationaal wettelijke basis voor heffen leges. Dat verweerder wat betreft behandeling aanvraag aansluiting gezocht heeft bij artikel 20, van de Vw 2000, kan daar niet aan afdoen, nu deze handelwijze was gebaseerd op beleid en niet op de wet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen