ABRvS 18 november 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BG5668

Artikel 2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Rvb / minderjarige vreemdeling / geen rechtmatig verblijf / Coa heeft alleen zorgtaken voor zover die uit de Rvb voortvloeien Ingevolge de Rvb is het COa belast met het voorzien in de noodzakelijke bestaansvoorwaarden van de in artikel 2, eerste lid vermelde categorieën vreemdelingen. Ingevolge artikel 2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Rvb behoort tot de kring van rechthebbenden de categorie minderjarige vreemdelingen die, samen met tenminste één ouder of verzorger, in afwachting van een verblijfsaanvraag rechtmatig in Nederland verblijven. Ingevolge artikel 3, tweede lid, van de Rvb wordt met de noodzakelijke bestaansvoorwaarden voor deze categorie vreemdelingen slechts het verstrekken van een financiële toelage bedoeld. Het Rvb bevat geen bepalingen die het COa een mogelijkheid bieden om hiervan af te wijken dan wel om de kring van rechthebbenden uit te breiden. Hieruit volgt dat het COa ten aanzien van minderjarige vreemdelingen die geen asielzoeker zijn, uitsluitend is belast met de specifieke taak van het verstrekken van een financiële toelage aan de categorie vreemdelingen, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Rvb. Gelet op dit samenstel van wettelijke bepalingen is, anders dan waarvan de rechtbank uitgaat, geen sprake van algemene jegens vreemdelingen op het COa rustende zorgtaken, die er toe kunnen leiden dat het COa de zijn in de Rvb toevertrouwde taken uitvoert met voorbijgaan aan de daaraan gestelde begrenzing dat de desbetreffende vreemdelingen rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder f, g of h van de Vw 2000 hebben. Dit vindt bevestiging in het bepaalde in artikel 10 van de Vw 2000. De rechtbank heeft dan ook ten onrechte overwogen dat het op de weg van het COa lag om bij de beoordeling van de aanvragen van de vreemdelingen om verstrekkingen op grond van de Rvb uitvoering te geven aan de naar haar oordeel uit het IVRK voortvloeiende en op de Nederlandse staat rustende zorgplicht ten aanzien van de categorie minderjarigen, waartoe de vreemdelingen behoren, en op grond hiervan de besluiten van 28 maart 2007 en 13 april 2007 vernietigd. De grieven 2, 3 en 5 slagen. Grief 4 behoeft derhalve geen bespreking.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen