Rb. 's-Gravenhage 22 juni 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2775

Rvb, buiten behandelingstelling Eiseres voldoet niet aan de voorwaarden van een van de categorieën slachtoffers van mensenhandel van artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, f en g van de Rvb. Eiseres heeft aangevoerd dat verweerder haar aanvraag ten onrechte buiten behandeling heeft gesteld omdat uit de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State valt af te leiden dat verweerder moet toetsen of zij op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (de Rva 2005), de Rvb, artikel 3 van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers (de Wet COA), of op grond van internationale verplichtingen in aanmerking komst voor verstrekkingen. De rechtbank oordeelt, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 18 november 2008 (LJN: BG5668), dat het COA op grond van de Rvb is belast met het voorzien in de noodzakelijke bestaansvoorwaarden van de in artikel 2, eerste lid, van Rvb vermelde categorieën vreemdelingen. Het Rvb bevat geen bepalingen die het COA een mogelijkheid bieden om hiervan af te wijken dan wel om de kring van de rechthebbenden uit te breiden. Gelet op het samenstel van wettelijke bepalingen is geen sprake van algemene jegens vreemdelingen op het COA rustende zorgtaken, die ertoe kunnen leiden dat het COA de zijn in de Rvb toevertrouwde taken uitvoert met voorbijgaan aan de daaraan gestelde begrenzingen. De Rvb onderscheidt zich in zoverre van de Rva. De genoemde uitspraken van de Afdeling waar eiseres naar heeft verwezen hebben betrekking op de Rva 2005. Niet is gesteld of gebleken dat de aanvraag van eiseres, die geen asielzoekster is, ten onrechte niet in het kader van de Rva 2005 is beoordeeld. Nu eiseres verder niet de door verweerder genoemde ontbrekende gegevens heeft ingevuld, komt de rechtbank tot de conclusie dat verweerder de aanvraag van eiseres op goede gronden buiten behandeling heeft gesteld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen