Rb. 's-Gravenhage 10 april 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BC9445
Artkel 2, eerste lid, onder e, van de Rvb / pas op de plaats-beleid / geen rechtmatig verblijf / artikel 2 van het IVRK / zorgplicht / artikel 8:72, vierde lid, van de Awb Eisers hebben een aanvraag om een Rvb-toelage ingediend die door het COA is afgewezen omdat eisers (nog) geen rechtmatig verblijf hadden in de zin van artikel 8 van de Vw 2000. Op eisers is het pas op de plaats-beleid (in afwachting van een Pardonregeling) van toepassing. Het geschil in de onderhavige zaak spitst zich toe op de vraag of eisers zich materieel in een situatie bevinden die op één lijn te stellen is met de situatie als geschetst door de CRvB in de uitspraak van 24 januari 2006 (LJN: AV0197), waarin de CRvB heeft geoordeeld: “(…) Ten aanzien van kinderen die, zoals appellanten, rechtmatig in Nederland verblijven doch niet tot Nederland zijn toegelaten, dient anders te worden geoordeeld. Hoewel de Nederlandse staat deze kinderen niet tot zijn grondgebied heeft toegelaten, heeft hij welbewust aanvaard dat zij gedurende een zekere tijd in Nederland verblijven. Aldus heeft de Nederlandse staat ook welbewust een zekere uit het IVRK voortvloeiende zorgplicht ten opzichte van juist deze kinderen op zich genomen, zonder daarbij overigens iets af te doen aan de verantwoordelijkheid van de ouders van deze kinderen.(…)”. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend. Gelet hierop heeft de Nederlandse Staat ten opzichte van eisers een zekere uit het IVRK voortvloeiende zorgplicht. Aangezien verweerder van de (rechtsvoorganger van de) Staatssecretaris op grond van artikel 3 van de Wet COA materiële en immateriële taken voor vreemdelingen opgedragen heeft gekregen, ligt het op de weg van verweerder om aan die zorgplicht uitvoering te geven. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de verplichting die voor de Nederlandse Staat voortvloeit uit het IVRK ten aanzien van de specifieke categorie kinderen, waartoe eisers behoren, te beperkt uitgelegd. De uitleg van verweerder, die neerkomt op uitsluiting van eisers, is in strijd met artikel 2 van het IVRK. De rechtbank heeft zelf in de zaak voorzien en bepaald dat eisers in aanmerking komen voor een Rvb-toelage.
De uitspraak op rechtspraak.nl