ABRvS 10 oktober 2001, ECLI:NL:RVS:2001:AD4637
Art. 4.2 van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 1997 (Rva 1997) niet onverbindend. Beroep tegen ongegrond-verklaring van de bezwaren tegen het onthouden van opvang is door de rechtbank Amsterdam gegrond verklaard. Art. 44 Grondwet ziet op de interne verdeling van taken tussen bewindslieden en biedt de grondslag om te bepalen, wie van hen voor de vervulling van welke taken verantwoordelijk is. De grondwettelijke bevoegdheid van de Kroon om ministeries in te stellen en taken tussen ministeries te verdelen en her te verdelen zou zinledig zijn, indien deze niet tevens betrekking heeft op het overbrengen zonder tussenkomst van de formele wetgever van bevoegdheden van een ministerie naar een ander of een nieuw ingesteld ministerie. De bewoordingen noch de geschiedenis van de totstandkoming van genoemd artikel bevatten aanknopingspunten voor het oordeel dat bij het bepalen van het bereik van de bevoegdheid onderscheid moet worden gemaakt tussen de overbrenging van gehele organisatieonderdelen enerzijds en specifieke beleidsterreinen anderzijds. De regeling bij wet in formele zin van bevoegdheden van een bepaalde minister vindt plaats in het licht van de op dat moment geldende departementale indeling en in het besef dat die indeling onder de vigeur van voormelde bepaling van de Gw kan wijzigen. Een zodanige regeling doet niet af aan de op de Gw stoelende bevoegdheid van de Kroon. Dat overdracht krachtens art. 44, eerste lid Gw soms nadien bij wet is bevestigd, betekent niet dat de desbetreffende bevoegdheden eerst na die wetswijziging zijn overgegaan. Het is gevestigde staatsrechtelijke praktijk dat ze niet nodig is voor een rechtmatige bevoegdheidsuitoefening door een bij koninklijk besluit daartoe aangewezen bewindspersoon. De rechtbank heeft art. 4, tweede lid Rva 1997 ten onrechte onverbindend geacht. Hoger beroep van het COA gegrond. Hoger beroep van rechtbank Amsterdam d.d. 13 maart 2001, NA 120-2001, en MS 127-2001 ( LJN AB0942 1. Centraal Orgaan opvang asielszoekers, 2. A te B, appellanten. mrs. R.W.L. Loeb, E.A. Alkema, H. Troostwijk
De uitspraak op rechtspraak.nl