Rb. Den Haag 17 januari 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:930

Verhaal kosten uitzetting en verblijf op vervoerder; invulling bevoegdheid met terugwerkende kracht; strijd met rechtszekerheid; gegrond; zelf voorzien De aansprakelijkheid bedoeld in artikel 65 van de Vw 2000 is niet zodanig geformuleerd dat voor eiseres - zonder enige verduidelijking door verweerder - helder was wat van haar werd verwacht en welke kosten voor haar rekening zouden komen. Ook uit de Memorie van Toelichting blijkt dat geen sprake is van een onbegrensde risicoaansprakelijkheid. Het beginsel van rechtszekerheid verzet zich tegen de gang van zaken, waarbij met terugwerkende kracht alsnog invulling en toepassing is gegeven aan de bevoegdheid genoemd in artikel 65, tweede lid, van de Vw 2000 door het in rekening brengen van kosten in het kader van het verblijf en de uitzetting van de genoemde vreemdelingen over - in casu - de periode 2009 tot en met 2011. De rechtbank acht hierbij van belang dat de bevoegdheid van verweerder om kosten te verhalen op de vervoerder in artikel 65, tweede lid, van de Vw 2000, een belastende bevoegdheid betreft en anders dan verweerder stelt, expliciet is omschreven als een discretionaire bevoegdheid, gelet op het gebruik van het werkwoord ‘kunnen’. De rechtbank laat voorts nog meewegen dat er gedurende genoemde periode wel sprake was feitelijke nauwe samenwerking tussen verweerder en eiseres. Verweerder had vanwege het voorgaande eerst inzicht moeten verschaffen in de invulling die hij wenst te geven aan deze bevoegdheid, alvorens over te gaan tot gebruikmaking daarvan. Bij een gebrek aan dit inzicht, kon eiseres haar gedrag niet dan wel onvoldoende aanpassen om haar schadeplichtigheid te beperken

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken