Rb. Zeeland-West-Brabant 1 oktober 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:9486

Pw. Intrekking en terugvordering. Account op NextDoor. Ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 26/1843
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 oktober 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. M.P. Harten),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout (het college)
(gemachtigde: mr. L.H.T. Hagebols).

Samenvatting

1 De rechtbank beoordeelt het beroep van eiseres tegen de intrekking van het recht op bijstand en de terugvordering van de te veel verstrekte bijstand. Dit doet de rechtbank aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.

1.1 De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2 Met het bestreden besluit van 3 februari 2026 is het college bij zijn besluit gebleven tot intrekking van het recht op bijstand (primaire besluit 1) en de terugvordering van de verstrekte bijstand (primaire besluit 2).

2.1 Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

2.2 De rechtbank heeft het beroep op 20 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van het college deelgenomen. Daarnaast is [persoon] verschenen als waarnemer van de gemachtigde van eiseres.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming bestreden besluit

3 Vanaf 13 augustus 2024 ontvangt eiseres van het college een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet (PW).

3.1 Uit onderzoek van het college bleek dat eiseres op 10 mei 2025 op het digitale platform Nextdoor een account heeft aangemaakt en vanaf deze datum huishoudelijke werkzaamheden en boodschappendiensten aanbiedt. Zij reageert actief op advertenties van andere gebruikers, die zij vraagt om haar een privébericht te sturen. Het college heeft eiseres gevraagd inzicht te geven in de verrichte werkzaamheden. Hiervoor wil het college alle conversaties en chatberichten van de app Nextdoor en de gewisselde privé berichten inzien.

3.2 Eiseres heeft de gevraagde informatie niet geleverd. Wel heeft eiseres een tweetal verklaringen van vriendinnen toegezonden. Het college heeft verzocht de verklaringen te voorzien van een handtekening en een kopie van de legitimatie. Dit heeft eiseres niet gedaan. Eiseres is verder door het college meerdere keren in de gelegenheid gesteld om de informatie, waaronder het inzicht in de privéberichten, alsnog te geven. Eisers heeft wisselende verklaringen gegeven om de gegevens niet te verstrekken. Eiseres stelt uiteindelijk dat zij geen toegang meer tot het account krijgt.

3.3 Het college heeft met het primaire besluit 1 van 26 augustus 2025 het recht op bijstand met ingang van 10 mei 2025 ingetrokken vanwege de schending van de informatieplicht en vanaf 4 juli 2025 vanwege het niet voldoen aan de medewerkingsplicht. Met het primaire besluit 2 van eveneens 26 augustus 2025 wordt over de periode van 10 tot 31 mei 2025 de verstrekte bijstand teruggevorderd.

3.4 De Adviescommissie bezwaarschriften sociale zekerheid (adviescommissie) heeft geadviseerd om het primaire besluit 1 met wijziging van de grondslag en aanvulling van de motivering in stand te houden en het primaire besluit 2 met toevoeging van een herberekeningspecificatie in stand te laten. Voor het primaire besluit 1 geldt dat het recht op uitkering is ingetrokken vanaf 10 mei 2025 op grond van artikel 54, derde lid, van de PW.

3.5 In het bestreden besluit neemt het college het advies van de adviescommissie over.
Omvang van het geding
4. Het geding gaat over de vraag of het college het recht op de bijstandsuitkering op grond van de schending van de inlichtingenplicht en de medewerkingsverplichting op goede gronden heeft ingetrokken. Daarnaast beoordeelt de rechtbank of het college de bijstand terecht heeft teruggevorderd. De in dit geding te beoordelen periode betreft de periode 10 mei 2025 tot en met 26 augustus 2025.
Wettelijk kader
5. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak en maakt daarvan onderdeel uit.
Beroepsgronden
6. Eiseres stelt dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt en onvoldoende heeft onderzocht dat zij daadwerkelijk werkzaamheden heeft verricht of inkomsten heeft ontvangen. Het college neemt daardoor onterecht aan dat zij haar inlichtingen-, en medewerkingsplicht heeft geschonden. Volgens eiseres waren haar inkomsten nihil en ontbreekt dus ook een grond om terug te vorderen. Daarnaast vindt eiseres het besluit in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Tot slot stelt eiseres dat nu het college het (motiverings)gebrek in het primaire besluit heeft hersteld zij recht heeft op de proceskosten in bezwaar.
Wanneer wordt het recht op bijstand ingetrokken?
7. De schending van inlichtingenplicht en/of de medewerkingsplicht levert voor het college een rechtsgrond op om de bijstand te herzien of in te trekken. Bij schending hiervan trekt het college op grond van artikel 54, derde lid, van de PW, de bijstand in indien als gevolg van de schending niet kan worden vastgesteld of en, zo ja, in hoeverre de betrokkene verkeert in bijstandbehoevende omstandigheden.
Wie draagt de bewijslast?
8. De intrekking is een belastend besluit. Het is aan het college om aannemelijk te maken dat aan de voorwaarden voor intrekking is voldaan. Deze bewijslast brengt met zich mee dat het college aannemelijk moet maken (1) dat, en in welk opzicht eiseres de op haar rustende inlichtingenplicht en/of medewerkingsverplichting heeft geschonden en (2) dat zij als gevolg daarvan het recht op bijstand niet kan vaststellen.
Heeft eiseres de inlichtingenplicht geschonden?
9. Eiseres is gehouden om zelf of op verzoek van het college mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan haar redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op bijstand. Het maakt niet uit of de inlichtingenplicht verwijtbaar is geschonden. Het college baseert de schending van de inlichtingenplicht op de rapportage bijzonder onderzoek waarin de bevindingen uitvoerig zijn onderbouwd met screenshots van reacties op advertenties op Nextdoor en andere aanvullende stukken. Hieruit volgt dat eiseres zich actief aanbiedt voor werk. De rapportage geeft daardoor de relevante feiten en omstandigheden controleerbaar weer.

9.1 Eiseres heeft het college niet gemeld dat zijn zich aanbiedt voor werk op Nextdoor. Het college heeft eiseres naar aanleiding van de rapportage de mogelijkheid geboden om alsnog de ontbrekende informatie te verstrekken. Dit leverde niets op terwijl eiseres in alle redelijkheid had moeten weten dat het aanbieden van werk van invloed kon zijn op het recht van bijstand. Het gaat immers om werkzaamheden waar gewoonlijk een beloning tegenover staat of waarvoor de betrokkene redelijkerwijs een beloning kan bedingen..

9.2 Eiseres stelt dat zij de inlichtingenplicht niet geschonden heeft omdat zij de berichten plaatste voor een vriendin die zelf niet digitaal vaardig is. De berichten zijn daardoor niet relevant voor haar recht op bijstand. Het uitgangspunt is echter dat de activiteiten via internet in beginsel worden toegerekend aan de persoon aan wie het account waarmee de advertenties zijn geplaatst toebehoort. Eiseres kan tegenbewijs leveren tegen dit bewijsvermoeden. Eiseres laat dit alleen na door geen ondertekende verklaring van de vriendin of andere objectieve en verifieerbare stukken te overleggen. De enkele stelling dat zij voor een vriendin optrad, is daarmee niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat de berichten op Nextdoor aan eiseres zijn toe te rekenen.

9.3 Kortom, het college voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij de inlichtingenplicht heeft geschonden.
Medewerkingsplicht
10 Het college heeft eiseres bewijsstukken gevraagd om het recht op bijstand vast te stellen. Het aanleveren van deze stukken valt onder de medewerkingsplicht. Zo heeft het college eiseres diverse keren gevraagd om privéberichten uit Nextdoor en bewijs over de inkomsten uit de werkzaamheden te leveren.

10.1 Eiseres stelt dat zij de gegevens uit Nextdoor niet kan leveren, omdat zij geen toegang meer tot haar account heeft. Niet alleen is die (pas laat gegeven) verklaring weinig overtuigend, eiseres draagt bovendien het risico hiervan omdat zij gehouden is een deugdelijke administratie te voeren van relevante feiten en omstandigheden voor het recht op bijstand. Eiseres heeft verder nagelaten op een andere wijze inzicht te geven. Zo had eiseres mogelijk whatsapp-berichten kunnen overleggen. Door geen nader bewijs te verstrekken oordeelt de rechtbank dat eiseres de medewerkingsplicht heeft geschonden.
Daaraan kan niet afdoen de stelling van eiseres dat het college zelf een onderzoeksplicht had en daarom de gegevens moest opvragen bij Nextdoor. Op de zitting heeft het college echter aangegeven dat hij Nextdoor heeft verzocht de gegevens te verstrekken, maar dat dit tot niets heeft geleid. De rechtbank heeft geen reden om daaraan te twijfelen.
Kon het recht op bijstand door het college worden vastgesteld?
11. De schending van de inlichtingenplicht en/of medewerkingsplicht levert een rechtsgrond op voor intrekking van de bijstand indien het college daardoor niet kan vaststellen of en, zo ja, in hoeverre eiseres verkeert in bijstand behoevende omstandigheden. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat als zij wel aan de inlichtingenverplichting en/of medewerkingsplicht had voldaan, zij over de betreffende periode recht op volledige dan wel aanvullende bijstand zou hebben gehad. Dit moet worden onderbouwd met objectieve en betrouwbare gegevens.

11.1 Eiseres heeft het college geen informatie verschaft over (contacten betreffende) de werkzaamheden en inkomsten. Door het uitblijven van die informatie heeft het college geen inzicht verkregen in de activiteiten en inkomsten van eiseres en kon hij niet vaststellen of eiseres verkeerde in bijstandbehoevende omstandigheden. Er is ook geen mogelijkheid voor het college om het recht op bijstand schattenderwijs vast te stellen, omdat relevante gegevens ontbreken. Kortom, het college was gehouden het volledige recht op bijstand in te trekken, omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Wat zijn de gevolgen?
12. Het voorgaande betekent dat het college op grond van artikel 54, derde lid, van de PW verplicht was om de bijstand van eiseres over de periode in geding in te trekken. Als gevolg van de intrekking is het college op grond van artikel 58, eerste lid, van de PW ook gehouden om de kosten van bijstand over deze periode van haar terug te vorderen.
Strijd met het evenredigheidsbeginsel?
13. Volgens eiseres pakken de intrekking en terugvordering onevenredig uit, omdat geen rekening is gehouden met haar persoonlijke omstandigheden, namelijk ernstige gezondheidsproblemen en psychische klachten en de digitale barrières die zij ervaart.

13.1 De beroepsgrond over de onevenredigheid slaagt niet. Artikel 54, derde lid, eerste volzin van de PW en artikel 58, eerste lid, van de PW hebben een verplichtend karakter. Daarom is er in beginsel geen ruimte voor toetsing van het daarop gebaseerde besluit aan het evenredigheidsbeginsel of belangenafweging. De rechter mag een wet in formele zin niet toetsen aan de Grondwet en ook niet aan algemene rechtsbeginselen. Dit volgt uit het toetsingsverbod van artikel 120 van de Grondwet, zoals uitgelegd in de rechtspraak. Dit kan enkel anders zijn in het geval van bijzondere omstandigheden, waarmee de wetgever geen rekening heeft gehouden. Zodanige bijzondere omstandigheden zijn door eiseres niet gesteld. Eiseres heeft overigens ook niet onderbouwd waarom het besluit voor haar onredelijk bezwarend is.
Leidt het herstel van het motiveringsgebrek tot toekenning van de proceskosten in bezwaar?
14. Het college heeft de grondslag en motivering in het bestreden besluit aangepast. De bezwaarprocedure is bedoeld voor een volledige heroverweging, waardoor de grondslag kan wijzigen. Eiseres stelt dat dit een herstel van een gebrek is op grond waarvan de proceskosten in bezwaar vergoed moeten worden. De proceskosten van bezwaar komen enkel voor vergoeding in aanmerking als in de beslissing op bezwaar het primaire besluit wordt herroepen door een aan het college te wijten onrechtmatigheid. Er is in dit geval geen herroeping van het primaire besluit omdat alleen de rechtsgrond en motivering zijn aangevuld en de rechtsgevolgen van het besluit gelijk zijn gebleven. De proceskosten in bezwaar hoeven daarom door het college niet vergoed te worden.

Conclusie en gevolgen

15 Het college heeft op goede gronden vastgesteld dat eiseres de inlichtingenplicht en medewerkingsplicht heeft geschonden en het recht op bijstand niet was vast te stellen. Het college is daarom terecht overgegaan tot de intrekking van het recht op bijstand en de terugvordering daarvan.

15.1 Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J.C. van der Ploeg, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier, op 1 oktober 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is niet in de gelegenheid om te ondertekenen.

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wetgeving

Participatiewet

Artikel 17. Inlichtingenplicht

1 De belanghebbende doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op zijn arbeidsinschakeling of het recht op bijstand. Deze verplichting geldt niet indien die feiten en omstandigheden door het college kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties. Bij ministeriële regeling wordt bepaald voor welke gegevens de tweede zin van toepassing is.

2 De belanghebbende verleent het college desgevraagd de medewerking die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet.

Artikel 54. Onjuiste gegevens en onvoldoende medewerking

3 Het college herziet een besluit tot toekenning van bijstand, dan wel trekt een besluit tot toekenning van bijstand in, indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 17, eerste lid, of de verplichtingen, bedoeld in artikel 30c, tweede en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand. Onverminderd het elders in deze wet bepaalde terzake van herziening of intrekking van een besluit tot toekenning van bijstand kan het college een besluit tot toekenning van bijstand herzien of intrekken, indien anderszins de bijstand ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend.

Artikel 58. Terugvordering

1 Het college van de gemeente die de bijstand heeft verleend vordert de kosten van bijstand terug voor zover de bijstand ten onrechte of tot een te hoog bedrag is ontvangen als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 17, eerste lid, of de verplichtingen, bedoeld in artikel 30c, tweede en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken