Rb. Zeeland-West-Brabant 14 februari 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:715

Dividendbelasting / internationaal Artikel 10 Wet op de dividendbelasting 1965; artikel 3 Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Begrip doelvermogen. Massale uitspraak in zaken van verschillende belanghebbenden met dezelfde vermogensbeheerder. Komt een zogenoemde éénpitter (Spezial Sondervermögen met één deelnemer) in aanmerking voor teruggaaf van dividendbelasting op grond van de Unierechtelijke vergelijking met een Nederlandse fiscale beleggingsinstelling? Betekenis uitspraak Gerechtshof ’s-Hertogenbosch ECLI:NL:GHSHE:2021:2629? De rechtbank is van oordeel dat deze uitspraak geen aanknopingspunten biedt om in algemene zin te oordelen dat een éénpitter moet worden aangemerkt als een doelvermogen. Zo in een concreet geval dat toch anders zou zijn, baat dit belanghebbende niet. Een buitenlands lichaam dat aangemerkt kan worden als een doelvermogen is objectief gezien niet vergelijkbaar met een lichaam dat in aanmerking kan komen voor de fbi-status. Verder wordt niet aan de zogenoemde aandeelhouderseis voldaan omdat sprake is van slechts één deelnemer. Wat betreft de jaren waarin de teruggaafregeling gold, is bovendien niet voldaan aan de voorwaarde dat ingestemd wordt met de zogenoemde vervangende betaling. Wat betreft de jaren waarin de afdrachtverminderingsregeling gold, is überhaupt geen sprake van een belemmering van het vrije kapitaalverkeer.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken