Rb. Zeeland-West-Brabant 24 augustus 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:3954

Dividendbelasting / internationaal, dividendbelastingzaken, Spezial Sondervermögen met één participant, vergelijkbaarheid met fbi Belanghebbende is een Duits beleggingsfonds in de vorm van een Spezial Sondervermögen en wil teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting die ten laste van haar is ingehouden. Belanghebbende stelt dat zij in aanmerking komt voor teruggaaf op grond van artikel 10 van de Wet DB omdat zij, ondanks de omstandigheid dat zij als transparant moet worden aangemerkt voor de Wet Vpb, wel opbrengstgerechtigde is in de zin van artikel 1 van de Wet DB. De rechtbank oordeelt dat uit de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 24 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:115, gelet op de gehele context, kan worden afgeleid dat een lichaam dat transparant is voor de Wet Vpb dan ook transparant is voor de Wet DB. Belanghebbende kan dan ook niet worden aangemerkt als opbrengstgerechtigde voor de Wet DB. Tot slot dwingt het unierecht er niet toe dat belanghebbende recht heeft op teruggaaf, ook al is zij geen opbrengstgerechtigde voor de dividendbelasting. Van discriminatie is geen sprake omdat ook een in Nederland gevestigd beleggingsfonds dat transparant is niet voor teruggaaf in aanmerking komt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken