Rb. Zeeland-West-Brabant 18 september 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:4231

Teruggaaf Bpm bij export auto Artikel 14a Wet BPM. Artikel 110 VWEU. Artikel 51 Handvest Grondrechten Unie. Ontbreken overgangsrecht bij wijziging artikel 14a Wet BPM per 1 januari 2016. Betekenis onmiddellijke werking. Werkingssfeer Unierecht. De rechtbank verwerpt diverse beroepsgronden van belanghebbende die op het Handvest zijn gebaseerd, reeds omdat deze zaken – betreffende teruggaaf van Bpm bij export – niet onder de werkingssfeer van het Unierecht vallen. Belanghebbende exporteert twee auto’s naar het buitenland waarbij zowel de beëindiging van de registratie in Nederland als de tijdelijke registratie in de andere lidstaat in 2015 heeft plaatsgevonden, maar waarbij het verzoek om teruggaaf van Bpm in 2016 gedaan. Per 1 januari 2016 is artikel 14a Wet BPM gewijzigd in die zin dat geen teruggaaf van Bpm wordt verleend indien sprake is van een tijdelijke registratie in de andere lidstaat. Hierbij is er geen overgangsrecht getroffen. De rechtbank is van oordeel dat het verzoek moet worden beoordeeld op de wettekst die gold in 2015. Er zijn onvoldoende aanwijzingen dat de wetgever heeft beoogd dat de (onmiddellijke werking van de) wetswijziging zou meebrengen dat een recht op teruggaaf dat vóór de wetswijziging is ontstaan, niet meer geëffectueerd zou kunnen worden na de wetswijziging indien vóór de wetswijziging nog geen verzoek was ingediend. Belanghebbende heeft daarom recht op teruggaaf van Bpm ter zake van de twee auto’s. Ten aanzien van de export van een andere auto, waarbij het verzoek om teruggaaf buiten de daarvoor gestelde termijn is ingediend, stelt de rechtbank de inspecteur in het gelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken