Hof 's-Hertogenbosch 23 augustus 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:3556

BPM. Belanghebbende betoogt dat hij ter zake van de export van de onderhavige auto recht heeft op teruggaaf van het volledige bedrag aan betaalde BPM, aangezien de desbetreffende auto op het moment van export niet of nauwelijks in gebruik is geweest. Het Hof stelt voorop dat de wet- en regelgeving niet voorziet in een teruggaafsysteem waarbij het bedrag van de teruggaaf afhankelijk is van het gebruik dat tussen het moment van registratie en het moment van export van de auto is gemaakt. In het Kaderbesluit bpm is daarentegen een goedkeuring opgenomen op grond waarvan het volledige bedrag aan betaalde BPM bij export wordt teruggegeven, mits, onder andere, is voldaan aan de voorwaarde dat met het geëxporteerde voertuig “in Nederland geen gebruik is gemaakt van de weg”. Belanghebbende komt reeds niet in aanmerking voor toepassing van deze goedkeuring omdat gesteld noch gebleken is dat met de auto in Nederland geen gebruik is gemaakt van de weg. Naar het oordeel van het Hof is het niet in strijd met artikel 110 van het VWEU dat noch het wettelijke systeem noch voornoemde goedkeuring voorziet in teruggaaf van het hele bedrag aan BPM in gevallen waarin een auto wel doch nauwelijks in Nederland gebruik heeft gemaakt van de weg.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken