Rb. Zeeland-West-Brabant 5 september 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:3946

Zaaknummers BRE 18/434, 18/435, 18/387, 18/389, 18/55, 18/50, 18/28, 18/26, 18/27 en 18/25 BPM. Wet BPM. Artikel 4:18, 8:31 en 8:42 Awb. Artikel 30ha AWR. Artikel 28c Invorderingswet. Artikel 611g Rv. Artikel 110 VWEU. Artikel 47 Handvest. Gegevens over registratiemoment zijn naar het oordeel van de rechtbank in dit geval op de zaak betrekking hebbende stukken. Aan weigering door de inspecteur om die gegevens in te brengen verbindt de rechtbank het gevolg van een leeftijdskorting van 2%. Dwangsom: (i) in een aantal zaken bestaat geen recht op dwangsom omdat onredelijk laat in gebreke is gesteld; unierecht verzet zich daartegen niet; (ii) in het kader van een geschil over een dwangsombeschikking op grond van artikel 4:18 van de Awb kan de inspecteur zich niet op verjaring ex 611g Rv beroepen. Immateriëleschadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn; onder meer (i) hoe bepalen in terugwijzingszaak?, (ii) samenhang?, (iii) gelden bezwaar en beroep als één fase voor bepaling of sprake is van ‘samenhang’? Diverse andere onderwerpen (met veelal beroep op unierecht): heffing griffierecht, verdedigingsbeginsel, inbreng koerslijst, schade, ex-rental, btw/marge, bruikbaarheid taxatierapporten CED/Dekra, Irimie-rente, 30ha-rente, vergoeding van (im)materiële schade in verband met overschrijding redelijke termijn, hoogte (proces)kostenvergoeding, samenhangende zaken, rentevergoedingen over teruggave, proceskostenvergoeding, griffierecht en vergoeding voor (im)materiële schade, hoogte rentepercentage, verplichting tot het stellen prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken