Rb. Zeeland-West-Brabant 24 augustus 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:5028

Artikel 110 VWEU en artikel 8 Uitvoeringsregeling (UR) Bpm Rekening houden met waardevermindering voor zover die betrekking hebben op essentiële gebreken? Rechtbank: artikel 8, lid 3, UR Bpm op de wijze zoals uitgelegd door de inspecteur, is in strijd met het Unierecht. De uit een andere lidstaat ingevoerde gebruikte auto (motorrijtuig) van belanghebbende vertoonde bij de registratie essentiële gebreken zoals bedoeld in artikel 8, lid 3, UR Bpm. Volgens de inspecteur brengt artikel 8, lid 3, UR Bpm mee dat de Bpm berekend moet worden naar de staat van het motorrijtuig ná herstel van de essentiële gebreken. De rechtbank oordeelt dat die uitleg tot een hogere belasting leidt op een ingevoerd voertuig dan de belasting die nog rust op de waarde van een gelijksoortig, reeds op het nationale grondgebied geregistreerd gebruikt motorvoertuig. Dit is echter niet toegestaan op grond van artikel 110 VWEU. Mogelijkerwijs kan artikel 8, lid 3, UR Bpm zo worden uitgelegd dat het artikel alleen bepaalt wanneer de in dat artikel bedoelde vermindering wordt vastgesteld (namelijk pas ‘nadat [de essentiële] gebreken zijn hersteld’) en dat het artikel niet ziet op de omvang van de vermindering. Het gelijk is aan belanghebbende: hetzij op basis van een Unierecht-conforme uitleg van artikel 8, lid 3, UR Bpm, hetzij omdat voormeld artikel in strijd is met het Unierecht indien de uitleg van de inspecteur de juiste zou zijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken