Rb. Zeeland-West-Brabant 21 juli 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:4482

Artikel 15, lid 1, letter h Wet BVR en artikel 5c UBRV. Splitsingsvrijstelling overdrachtsbelasting; vertrouwensbeginsel. In het kader van de verkoop van de aandelen in de onderneming zijn onroerende zaken waar de koper niet in is geïnteresseerd, afgesplitst naar een nieuw opgerichte vennootschap (belanghebbende). De aandelen in de onderneming zijn binnen drie jaar na de splitsing vervreemd aan de koper. Belanghebbende doet een beroep op de splitsingsvrijstelling. De rechtbank is van oordeel dat de splitsingsvrijstelling niet van toepassing is, omdat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de splitsing hoofdzakelijk op zakelijke overwegingen heeft plaatsgevonden. Voorts verwerpt de rechtbank het beroep van belanghebbende op het vertrouwensbeginsel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen