Rb. Zeeland-West-Brabant 13 april 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:6624

Artikel 3.111 Wet IB. Artikel 2.17, lid 4 Wet IB. Aanslag ib/pvv 2011. Belanghebbende heeft in zijn aangifte ib/pvv 2011 ten onrechte 100% van de hypotheekrente van de eigen woning in aanmerking genomen, ondanks dat hij de juridisch eigenaar is van de eigen woning. De hypotheek staat voor 50% zowel op naam van belanghebbende als op naam van de ex-partner. Alle kosten, lasten en voordelen, en de verkoopwinst van de woning werden gezamenlijk gedeeld. Hiervan uitgaande was zijn ex-partner economisch eigenaar van de helft van de woning, en bleef (haar aandeel in) de eigen woning na haar vertrek nog aangemerkt als eigen woning (artikel 3.111, lid 4 Wet IB) zodat voor haar haar aandeel in de hypotheekrente aftrekbaar bleef. Belanghebbende had alleen recht op aftrek van zijn aandeel. Nu belanghebbende en zijn ex-partner het onderhavige jaar niet gekozen hebben voor fiscaal partnerschap in de zin van artikel 2.17, lid 7 Wet IB, konden zij de aftrek niet aan een van beiden toedelen. Belanghebbende kon dus niet het aandeel van de betaalde hypotheekrente van zijn ex-partner in aftrek brengen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken