Rb. Zeeland-West-Brabant 31 maart 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:2167
Bovenwettelijke uitkering. Verweerder maakt verboden onderscheid op grond van leeftijd door de bovenwettelijke uitkering van eiser te beëindigen wegens het bereiken van de leeftijd van 65 jaar. Beroep gegrond. De rechtbank ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien, in die zin dat het primaire besluit wordt herroepen voor zover het de einddatum betreft, en dat wordt bepaald dat het recht op bovenwettelijke uitkering van eiser eerst wordt beëindigd met ingang van de datum waarop eiser de pensioengerechtigde leeftijd als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene ouderdomswet bereikt.
De uitspraak op rechtspraak.nl