Rb. Zeeland-West-Brabant 20 juli 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:5066
Verweerder maakt verboden onderscheid op grond van leeftijd door de wachtgelduitkering van eiser te beëindigen wegens het bereiken van de leeftijd van 65 jaar. Beroep gegrond. Het bestreden besluit dient wegens strijd met artikel 3 van de Wgbla, artikel 26 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) en artikel 1 van de Grondwet te worden vernietigd en artikel 17, eerste lid, aanhef en onder a, van het Wachtgeldbesluit dient buiten toepassing te blijven. De rechtbank ziet geen aanleiding het geschil finaal te beslechten. Ter zitting is gebleken dat verweerder met belangenorganisaties in gesprek is om een overbruggingsregeling tot stand te brengen die ten doel heeft het inkomensverlies van een specifieke groep ontslagen defensieambtenaren ten gevolge van de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd naar 67 jaar te verminderen of te compenseren. Aan verweerder komt beleidsvrijheid toe om een dergelijke regeling tot stand te brengen. Van belang acht de rechtbank hierbij dat het naar haar oordeel niet ondenkbaar is dat een dergelijke overbruggingsregeling ertoe leidt dat er niet langer sprake is van een ongeoorloofd onderscheid. De rechtbank ziet evenmin geen aanleiding om een bestuurlijke lus toe te passen, nu de minister met de vakbonden in overleg is over een overbruggingsregeling voor deze specifieke groep defensieambtenaren en ter zitting de verwachting is uitgesproken dat deze besprekingen op 1 oktober 2015 kunnen worden afgerond. Gelet op de hiervoor genoemde datum van 1 oktober en teneinde de zaak niet langer te laten voortduren dan nodig, ziet de rechtbank aanleiding een termijn te verbinden aan het nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar. De rechtbank draagt verweerder op binnen 6 weken na 1 oktober 2015, derhalve uiterlijk 12 november 2015, een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
De uitspraak op rechtspraak.nl