Rb. Zeeland-West-Brabant 12 februari 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:711

Belanghebbende, een Belg, woont in België en is dga van een Belgische vennootschap. De vennootschap (met belanghebbende als enige werknemer) verricht ten behoeve van haar Nederlandse opdrachtgever op 181 dagen werkzaamheden in Nederland op door de opdrachtgever ter beschikking gestelde werkplekken bij de opdrachtgever in Nederland. De rechtbank is van oordeel dat niet artikel 16 van het Verdrag Nederland-België, maar artikel 15 van het Verdrag van toepassing is. In dit specifieke geval (een grensarbeider) kan het niet de bedoeling zijn geweest de belastingheffing mede afhankelijk te doen zijn van de lijfelijke aanwezigheid van belanghebbende in de werkstaat voor niet met de werkzaamheid verband houdende activiteiten. Het verblijf van belanghebbende in Nederland om privéredenen blijft om die reden buiten beschouwing. Nu de plaats waar de werkzaamheden zijn uitgevoerd flexibel was en afhankelijk van zijn opdrachtgever is er geen sprake van een vaste inrichting. Het heffingsrecht is aan België.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken