Rb. Zeeland-West-Brabant 24 augustus 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:5631
Formeel belastingrecht/Inkomstenbelasting/omkering van de bewijslast Belanghebbende heeft voor het jaar 1998 aangifte ib/pvv gedaan naar looninkomsten van ƒ 25.744. De inspecteur heeft de aanslag vastgesteld met een aanzienlijke correctie. Belanghebbende heeft na het verloop van de termijn bezwaar ingediend tegen de aanslag ib/pvv 1998. De inspecteur heeft het bezwaar naar het oordeel van de rechtbank ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Hoewel het aanslagbiljet tijdig naar het juiste adres in Polen is verzonden heeft de inspecteur in dit geval onbehoorlijk gehandeld om de bij hem bekende gemachtigde niet in te lichten over die aanslag. Belanghebbende wordt wel geconfronteerd met omkering en verzwaring van de bewijslast omdat hij naar het oordeel van de rechtbank niet de vereiste aangifte heeft gedaan. Belanghebbende heeft geen bewijs geleverd. De aanslag is echter niet in redelijkheid opgelegd en deels naar het onjuiste tarief en is daarom ook verminderd.
De uitspraak op rechtspraak.nl