Rb. Zeeland-West-Brabant 9 april 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:1782
Overdrachtsbelasting. Artikel 11, eerste lid, en artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer. In 2013 heeft belanghebbende een voortdurend recht van erfpacht van percelen grond met daarop een kantoorgebouw en een zelfstandig voortdurend recht van opstal op percelen grond aangaande een parkeergarage verkregen. De levering vond plaats met toepassing van artikel 37d van de Wet op de omzetbelasting 1968. Hierdoor treedt belanghebbende bij deze verkrijging voor de omzetbelasting in de plaats van de verkoper. Ten gevolge hiervan is belanghebbende gebonden aan de fiscale positie die de verkoper voor de omzetbelasting heeft ingenomen, waaronder de benadering per verdieping. De gekapitaliseerde waarde van de canon en retributie voor het voortdurend recht van erfpacht en het zelfstandig voortdurend recht van opstal behoren tot de heffingsgrondslag.
De uitspraak op rechtspraak.nl