Rb. Zeeland-West-Brabant 21 november 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:7990
Artikel 26 IVBPR. Geen strijd met het non-discriminatiebeginsel. Belanghebbende drijft een onderneming en heeft samen met zijn partner, met wie hij een samenlevingsovereenkomst heeft gesloten, een woning gekocht en deze volledig zakelijk geëtiketteerd. De inspecteur heeft deze zakelijke etikettering niet geaccepteerd. Belanghebbende doet een beroep op het non-discriminatiebeginsel, nu de in gemeenschap van goederen gehuwden (en geregistreerde partners) die een woning kopen wel de woning volledig als zakelijk kunnen etiketteren. Naar het oordeel van de rechtbank kan deze grief van belanghebbende niet slagen nu er in het onderhavige geval geen sprake is van gelijke gevallen. Belanghebbende bevindt zich immers in een vermogensrechtelijke en juridische andere situatie dan de in gemeenschap van goederen gehuwden (en geregistreerde partners) die een pand kopen. De rechtbank is tevens van oordeel dat belanghebbende ook zijn onverdeelde helft in de eigendom van de woning niet als zakelijk heeft kunnen etiketteren, nu de woning niet voor 10% of meer bestemd was om te worden gebruikt ten behoeve van de onderneming. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl