Hof 's-Hertogenbosch 24 november 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:5366

Belanghebbende drijft een eenmanszaak. Hij en de partner zijn niet (samen) gehuwd en hebben (samen) geen geregistreerd partnerschap, wel hebben zij een notarieel samenlevingsovereenkomst. Belanghebbende en de partner hebben een woonboerderij gekocht, die zij met hun kinderen bewonen. Belanghebbende en de partner bezitten ieder voor de onverdeelde helft de eigendom van de woning en belanghebbende heeft in zijn aangiften de gehele woning geëtiketteerd als ondernemingsvermogen. Ter zitting bij het Hof brengt de Inspecteur in dat de vereiste aangiften niet zijn gedaan, omdat volgens de Inspecteur voor deze vermogensetikettering in de literatuur niets is terug te vinden en daarmee heeft belanghebbende een niet verdedigbaar standpunt ingenomen. Vanwege strijd met een goede procesorde wordt deze stelling van de Inspecteur als tardief beschouwd. Het Hof komt tot het oordeel dat voor gebruik van de woning ten behoeve van de onderneming niet wordt voldaan aan het 10%-vereiste en daarmee kan de woning niet tot het ondernemingsvermogen van belanghebbende worden gerekend. Hoger beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken