Rb. 's-Gravenhage 25 oktober 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BY4978

De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat eiser zich reeds gedurende langere tijd in de positie bevindt dat artikel 3 EVRM zich verzet tegen zijn uitzetting naar Afghanistan en dat aannemelijk is dat er geen vooruitzicht is op verandering in deze situatie binnen niet al te lange termijn. Wel in geschil is de vraag of eiser aannemelijk heeft gemaakt dat vertrek naar een ander land dan het land van herkomst, ondanks voldoende inspanningen daartoe, niet mogelijk is. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser onvoldoende aannemelijk gemaakt dat verweerder in redelijkheid niet van hem kan verlangen dat hij zich tot Rusland wendt om te trachten aldaar verblijf te verkrijgen. Het feit dat ruim dertig jaren zijn verstreken sinds zijn verblijf in de Sovjet Unie is daartoe onvoldoende. Aan voornoemd beleid is immers inherent dat van een aanzienlijk tijdsverloop sedert het verblijf in een ander land sprake zal zijn. De stelling dat eiser slechts vier maanden in Rusland heeft verbleven maakt evenmin dat niet kan worden gesteld dat sprake is van een tastbaar aanknopingspunt met dat land. Naar moet worden aangenomen heeft eiser destijds rechtmatig verblijf genoten in Rusland. Dat dit verblijf van kortere duur is geweest, is daarbij niet relevant. Eisers stelling dat de Sovjet Unie thans niet meer bestaat, leidt daarbij niet tot een andere conclusie, nu Rusland moet worden gezien als opvolger van de Sovjet Unie. Dat eiser geen Russisch spreekt, maakt evenmin dat niet kan worden geoordeeld dat er aanknopingspunten met Rusland bestaan. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat vertrek naar een ander land dan het land van herkomst, ondanks voldoende inspanningen van eiser om te voldoen aan zijn vertrekplicht, desondanks niet mogelijk is. Uit de genoemde stukken blijkt niet dat de visumaanvraag van eiser niet in behandeling is of zal worden genomen, noch dat de aanvraag is of wordt afgewezen en Rusland eiser de toegang niet zal verlenen. Gelet op het voorgaande moet worden geoordeeld dat thans niet is gebleken dat artikel 3 EVRM zich duurzaam verzet tegen uitzetting van eiser uit Nederland.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen