Rb. 's-Gravenhage 6 april 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BW2227
Kort geding.Rechtsmacht Nederlandse rechter in arbeidsgeschil. Nu eiseres haar werkzaamheden 'gewoonlijk' in Roelofarendsveen verrichte heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 19 aanhef en onder 2 sub a EEX Vo en is de voorzieningenrechter te 's-Gravenhage bevoegd ten aanzien van de werkgever. Ten aanzien van de andere gedaagden - de (feitelijk) bestuurders van de werkgever - is de Haagse voorzieningenrechter bevoegd op grond van artikel 7 lid 1 Rv. Niet kan worden aangenomen dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, onder meer niet omdat dwingendrechtelijke bepalingen van het Nederlandse arbeidsrecht een arbeidsovereenkomst 'at will' niet toestaan. Verweer dat eiseres niet terugvalt op de Nederlandse arbeidsmarkt wordt verworpen. BBA is van toepassing. Toestemming UWV ontbreekt. Vordering tot doorbetaling van loon ten aanzien van de werkgever wordt toegewezen. De vorderingen jegens de (feitelijk) bestuurders worden afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl