Rb. 's-Gravenhage 1 juni 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ7068

Trefwoorden: Unierecht; arrest Ruiz Zambrano Wetsartikelen: Verdrag betreffende werking van de Europese Unie: 20. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘gezinsleven conform artikel 8 van het EVRM’. Eiser heeft twee kinderen die beide de Nederlandse nationaliteit hebben en een (ex) partner die ook de Nederlandse nationaliteit heeft. De rechtbank ziet zich geplaatst voor de vraag of eiser recht van verblijf ontleent aan het Unierecht. Het HvJ heeft in zijn arrest van 8 maart 2011 (Ruiz Zambrano) overwogen dat artikel 20 van het VWEU zich verzet tegen nationale maatregelen die tot gevolg hebben dat burgers van de Unie het effectieve genot wordt ontzegd van de belangrijkste aan hun status van burger van de Unie ontleende rechten. Een dergelijke situatie ontstaat volgens het HvJ wanneer een staatsburger van een derde staat het recht wordt ontzegd te verblijven in de lidstaat waar zijn kinderen van jonge leeftijd, staatsburgers van die lidstaat en te zijnen laste, verblijven. De rechtbank overweegt dat verweerder terecht heeft opgemerkt dat het feitencomplex in de onderhavige zaak verschilt met het feitencomplex dat ten grondslag ligt aan de zaak Ruiz Zambrano. Dit betekent echter op zichzelf genomen nog niet dat van ontoelaatbare ontzegging van het effectief genot van aan het Unierecht ontleende rechten ook sprake kan zijn in andere situaties dan die zoals in het geval Ruiz Zambrano. De tekst van het arrest sluit dat niet uit. De rechtbank stelt vast dat eiser, in zijn reactie op voormeld standpunt van verweerder, geen steekhoudende argumenten heeft aangevoerd op grond waarvan moet worden geoordeeld dat ook in zijn situatie sprake is van ontzegging van het effectief genot van aan het Unierecht ontleende rechten. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen