Rb. 's-Gravenhage 26 mei 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ6229

Nu uit het onder 3.4 overwogene blijkt dat de beantwoording van de vraag of bij de ongewenstverklaring door verweerder is uitgegaan van het juiste toetsingskader onlosmakelijk samenhangt met de beantwoording van de vraag of verweerder de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht heeft mogen intrekken, heeft eiser niettemin belang bij de beantwoording van deze laatste vraag, die alleen kan worden beantwoord in het beroep tegen de intrekking van die vergunning. Derhalve heeft eiser in deze omstandig¬heden wel degelijk een procesbelang, voor zover het beroep ziet op de intrekking van zijn verblijfs¬vergunning. Verweerder stelt dat eiser niet onder de materiële werkingssfeer van artikel 13 van Besluit 1/80 valt. Verweerder heeft ter onderbouwing van deze stelling in de eerste plaats verwezen naar het in onderdeel B11/3.3.2 van de Vreemdelingen¬circulaire 2000 neergelegde beleid. De rechtbank verwerpt dit betoog. Verweerder stelt weliswaar dat hij in voorkomend geval voor 1 december 1980 al gebruik maakte van zijn bevoegdheid om een verblijfsvergunning met terugwerkende kracht in te trekken, maar heeft nagelaten dit standpunt, ondanks het uitdrukkelijke verzoek van de rechtbank, te onderbouwen met bijvoorbeeld afschriften van beschikkingen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat verweerder voor 1 december 1980 al met terugwerkende kracht verblijfsvergunningen introk en gaat er daarom van uit dat verweerder pas na voornoemde datum gebruik is gaan maken van de betreffende bevoegdheid. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat pas in het Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire 2000, 2005/39 van 3 augustus 2005 (Stcrt. 2005, 156) in de Vreemdelingencirculaire 2000 expliciet gesproken wordt over intrekking met terugwerkende kracht. Hieruit volgt dat intrekking met terugwerkende kracht een nieuwe beperking is in de zin van de standstillbepaling. Het beroep, voor zover gericht tegen de ongegrondverklaring van het bezwaar tegen de intrekking van de verblijfsvergunning, is dan ook gegrond en het bestreden besluit moet worden vernietigd wegens strijd met artikel 13 van Besluit 1/80.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen