Rb. 's-Gravenhage 22 februari 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BP6051

Uit artikel 63 Vw vloeit voort dat verweerder, alvorens tot uitzetting over te gaan, de bevoegdheid heeft om te constateren dat zich in voormeld artikel bedoelde omstandigheden voordoen. Deze bevoegdheid tot het schriftelijk vastleggen van een dergelijke constatering - het zogenaamde terugkeerbesluit - vloeit eveneens uit dit artikel voort. Er bestaat aldus een wettelijke grondslag voor verweerder tot het uitvaardigen van een terugkeerbesluit. Voorts is terugkeerbesluit bevoegd genomen door Kmar. Ingevolge artikelen 46 en 47 Vw zijn, onder meer, ambtenaren van de Kmar belast met de grensbewaking en met het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften met betrekking tot vreemdelingen. In terugkeerbesluit heeft Kmar vastgesteld dat verzoeker niet rechtmatig in Nederland verblijft, hij zich niet heeft gehouden aan de verplichting bedoeld in artikel 61, eerste lid, Vw en hij Nederland onmiddellijk dient te verlaten als bedoeld in artikel 62 Vw, bij gebreke waarvan hij ingevolge artikel 63 Vw kan worden uitgezet. Deze schriftelijke vastlegging heeft aldus betrekking op het toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften met betrekking tot vreemdelingen. De medewerker van de Kmar was, gelet op de artikelen 46 en 47 Vw daartoe bevoegd. Ook tweede terugkeerbesluit door IND bevoegd genomen. Dit is onderdeel van de meeromvattende beschikking tot afwijzing van de aanvraag van verzoeker om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Blijkens hoofdstuk A/1 Vc heeft de Minister zijn bevoegdheid met betrekking tot de coördinatie, regie en de uitvoering van het gezag binnen de vreemdelingenketen gemandateerd aan de Secretaris-Generaal, die dit op zijn beurt heeft doorgemandateerd aan de Directeur-Generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken. Laatstgenoemde heeft op grond van artikel 48 Vw namens de Minister gemandateerd aan het hoofd van de IND (zie Mandaatregeling DGWIAV van 26 maart 2008, Stcrt. 2008, 59). Bij de Algemene ondermandaatregeling van het Hoofd van de IND van 27 augustus 2010 (Stcrt. 30 september 2010, nr. 15171) heeft laatstgenoemde zijn bevoegdheden gemandateerd aan, onder anderen, medewerkers van de IND. Afwijzing van de verzoeken om een voorlopige voorziening.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen