Rb. 's-Gravenhage 12 september 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BS8691

Het betoog van verzoeker dat het terugkeerbesluit onbevoegd – zonder wettelijke grondslag en door een onbevoegde autoriteit – is genomen slaagt niet. De voorzieningen¬rechter verwijst kortheidshalve naar de uitspraak van deze rechtbank, nevenzittingsplaats Haarlem, van 22 februari 2011 (LJN BP6051), waaruit volgt dat [...] als hoofd¬inspecteur, tevens hulpofficier van Justitie, bevoegd was het terugkeerbesluit te nemen. Naar ter zitting door verweerder, onder verwijzing naar het artikel 62, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000, is toegelicht, vormt de omstandigheid dat verzoeker bij vonnis van de politierechter van 29 juni 2011 is veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden mede grond voor het verkorten van de termijn voor vrijwillig vertrek tot nul uur. De wettelijke grondslag voor de bevoegdheid van verweerder om af te zien van het toekennen van een termijn voor vrijwillig vertrek indien de betrokkene een gevaar vormt voor de openbare orde, als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de Terugkeerrichtlijn, kan, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, op grond van een richtlijnconforme interpretatie worden gevonden in artikel 62, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000. Het is ook vaste praktijk van verweerder om een vreemdeling als verzoeker, die illegaal in Nederland heeft verbleven en tijdens zijn verblijf strafrechtelijk is veroordeeld, geen termijn voor vrijwillig vertrek te gunnen. Gelet hierop, alsmede op de omstandigheid dat verweerder aan de beslissing op bezwaar alsnog deze aspecten aan het niet gunnen van een termijn voor vrijwillig vertrek ten grondslag kan leggen, heeft het bezwaar naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen redelijke kans van slagen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen