Rb. 's-Gravenhage 23 september 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BN9988

Eiseres heeft verschillende, onderling afwijkende, inkomstenverklaringen overgelegd over het inkomen van haar echtgenoot zonder duidelijkheid te verschaffen waarom die gegevens verschillen. Het is aan haar als de partij die de gegevens heeft verstrekt om uit eigen beweging die verschillen te verklaren. Niet is aangetoond dat referent voldoet aan het middelenvereiste, hetgeen een van de weigeringsgronden is voor de gevraagde vergunning, ondanks dat eiseres is ingereisd met een geldige mvv. Richtlijn 2003/86/EG staat niet in de weg aan een mvv-stelsel. Er is geen reden om de aanvraag als een verlengingsaanvraag te beschouwen. Geen strijd met artikel 16, eerste lid, aanhef en onder a, van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Uit het arrest van 29 april 2010 van het Hof van Justitie van de Europese Unie (LJN BM3843) volgt dat eiseres zich als gezinslid van een Turks staatsburger die hier te lande arbeid als zelfstandige verricht, kan beroepen op artikel 41 van het Aanvullend Protocol bij de Asssociatieovereenkomst. De legesheffing van € 188,= is onevenredig aan de legesheffing van € 31,= voor burgers van de lidstaten. Beroep is in zoverre gegrond. Ten aanzien van de vordering van schadevergoeding vanwege het overschrijden van de redelijke termijn van artikel 6 van het EVRM wordt de Staat der Nederlanden (Minister van Justitie) als partij aangemerkt. Heropening ter voorbereiding van een nadere uitspraak op dit punt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen