ABRvS 22 april 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM3047
Ambtshalve toets voor staatssecretaris naar toepasselijkheid artikel 13 van Associatiebesluit 1/80 Bij de beoordeling van een door een vreemdeling ingediende aanvraag stelt de staatssecretaris op grond van de toepasselijke wet- en regelgeving vast of voor de behandeling van die aanvraag leges verschuldigd zijn en, indien dat het geval is, hoeveel deze bedragen. Uit de voormelde uitspraak van de Afdeling volgt dat het bepaalde in artikel 13 van besluit nr. 1/80 daarbij van belang kan zijn. Nu de staatssecretaris er in dit geval van op de hoogte was dat de vreemdeling de Turkse nationaliteit heeft en haar gegevens, gelet op de haar in 1996 verstrekte en nadien meermalen verlengde verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, ook overigens bij hem bekend waren, bestonden er voor de staatssecretaris aanknopingspunten om te onderzoeken of besluit nr. 1/80 op de vreemdeling van toepassing was. Dat de vreemdeling zich eerst in beroep uitdrukkelijk op besluit nr. 1/80 heeft beroepen, doet daaraan niet af, aangezien het in beginsel aan de staatssecretaris is om naar aanleiding van de door de vreemdeling bij haar aanvraag en in bezwaar verstrekte gegevens te beoordelen welke wet- en regelgeving op haar van toepassing is. De rechtbank heeft derhalve terecht overwogen dat het besluit van 11 juli 2007 een deugdelijke motivering ontbeert, omdat de staatssecretaris de situatie van de vreemdeling niet heeft getoetst aan besluit nr. 1/80. De grief faalt.
De uitspraak op rechtspraak.nl