Rb. 's-Gravenhage 24 juli 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ3776
Richtlijn 2003/109/EG / langdurig ingezetenen / inbreukprocedure / hoge en onbillijke leges / ontnemen nuttig effect / fair play Het met redenen omkleed advies van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 19 maart 2009 (Inbreuk nr. 2006/4995) vermeldt onder meer het volgende: “De Commissie is van mening dat de in Nederland geheven leges een belemmering vormen voor een doeltreffende toepassing van de richtlijn en voor de toegang tot de rechten die daaraan kunnen worden ontleend.” “De Commissie kan een bedrag van tussen 201 en 830 euro voor de verwerking van een aanvraag voor de status van langdurig ingezetene, in vergelijking met de 30 euro die door EU-burgers moet worden betaald voor een verblijfskaart, moeilijk als een “billijke” procedure beschouwen. De Commissie is van mening dat dergelijke hoge leges, ongeacht de vraag of zij een terechte vergoeding voor gemaakte kosten vormen, heel gemakkelijk een “middel om de uitoefening van het recht van verblijf voor de rechthebbenden te belemmeren” kunnen zijn, zoals bedoeld in overweging 10 van de richtlijn.” Met de Commissie is de rechtbank van oordeel dat de richtlijn wel ruimte biedt voor het heffen van leges voor de afdoening van een aanvraag om een EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen, maar dat het heffen van een legesbedrag van € 201,00 het nuttig effect aan de richtlijn ontneemt. Het heffen van een dergelijk legesbedrag moet derhalve in strijd met de richtlijn worden geacht. Beroep gegrond. Het had op de weg van verweerder als zorgvuldig handelend bestuursorgaan gelegen eerder en uit eigen beweging met de informatie over de inbreukprocedure en de daaraan voorafgegane briefwisseling tussen de Commissie en de permanent vertegenwoordiger van het Koninkrijk der Nederlanden bij de Europese Unie te komen. Door dit na te laten heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, onder meer tot uitdrukking komend in het beginsel van fair play, geschonden.
De uitspraak op rechtspraak.nl