Rb. 's-Gravenhage 1 februari 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AX2932
Individueel ambtsbericht AIVD / openbare orde / artikel 3 EVRM / Libische autoriteiten / strafproces Rotterdam / individualiseringsvereiste / nadelige bewijspositie / artikel 8 EVRM. REK-check heeft plaatsgevonden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat de onderliggende stukken bij het individueel ambtsbericht van de AIVD de conclusies die daarin zijn vervat kunnen dragen. Mitsdien heeft verweerder op basis van dit ambtsbericht kunnen aannemen dat verzoeker een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. Verzoeker heeft geen mogelijkheid tot inzage in de onderliggende stukken van het individueel ambtsbericht van de AIVD. Enerzijds erkent de voorzieningenrechter dat verzoeker in een lastige bewijspositie verkeert, anderzijds erkent de voorzieningenrechter dat het voor verweerder moeilijk is de bewijsnood van verzoeker te lenigen. De voorzieningenrechter is evenwel van oordeel dat nu hij zelf inzage heeft gehad in de stukken die ten grondslag liggen aan het individuele ambtsbericht van de AIVD sprake is van een extra waarborg ten aanzien van de zorgvuldigheid waarmee de conclusies die zijn vervat in het ambtsbericht tot stand zijn gekomen en geformuleerd. Bovendien zou het opvragen van nadere informatie bij de AIVD en het in kennis stellen van verzoeker van deze informatie zich niet verhouden met de geheimhoudingsplicht van de AIVD. De voorzieningenrechter oordeelt dat er van kan worden uitgegaan dat bij presentatie van verzoeker bij de Libische autoriteiten geen mededelingen betreffende het hier te lande tegen verzoeker gevoerde strafproces aan de Libische autoriteiten zijn gedaan. Echter, ook indien moet worden aangenomen dat de Libische autoriteiten op andere wijze met verzoekers strafproces bekend zijn geraakt, heeft verweerder daarmee niet aannemelijk hoeven achten dat verzoeker een reëel risico loopt om bij uitzetting onderworpen te zullen worden aan een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM. Verzoekers verwijzing naar stukken van algemene aard omtrent (de houding van) de Libische autoriteiten is in dat kader onvoldoende. Hem persoonlijk betreffende feiten en omstandigheden, die tot het oordeel leiden dat hem bij uitzetting naar Libië vorenbedoelde behandeling te wachten staat, heeft verzoeker niet gesteld, laat staan aannemelijk gemaakt. Hij heeft in dit kader volstaan met de enkele verwijzing naar de tegen hem gerezen verdenking en het daaruit voortvloeiende strafproces en met speculatie over de mogelijke gevolgen daarvan bij terugkeer naar Libië. Het is evenwel niet aan verweerder om aannemelijk te maken dat het aldus gestelde risico in feite niet bestaat. Beroep ongegrond, afwijzing verzoek.
De uitspraak op rechtspraak.nl