Rb. 's-Gravenhage 24 november 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AR7217

Bewaring / regime / zicht op uitzetting. Eiser heeft in het beroepschrift en ter zitting betoogd dat er sprake is van slechte omstandigheden in het detentiecentrum, waar hij sedert 15 oktober 2004 verblijft. Verweerder stelt dat in het detentiecentrum de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) van toepassing is. Eiser heeft betoogd dat het detentiecentrum onder het regime van het Reglement regime grenslogies (Rrg) valt. Uit een besluit van de minister van 28 november 2003 blijkt dat het detentiecentrum is aangewezen als een ruimte of plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, Vw 2000 en/of artikel 58, eerste lid, Vw 2000. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat in het Detentiecentrum Zeist het Rrg van toepassing is. Naar het oordeel van de rechtbank is de procedure als bedoeld in artikel 11 van het Rrg van een zodanige aard, dat deze eerst dient te worden doorlopen voordat een oordeel van de rechtbank kan worden gevraagd. De rechtbank verklaart zich onbevoegd ten aanzien van de grief. De rechtbank is van oordeel dat uit de verstrekte voortgangsgegevens en de medelingen ter zitting volgt dat voldoende zicht op uitzetting bestaat en verweerder voldoende voortvarendheid betracht bij de uitzetting van de vreemdeling. Beroep ongegrond

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen