Rb. Rotterdam 6 maart 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:2567

Financieel toezicht. Einduitspraak na tussenuitspraak (ECLI:NL:RBROT:2025:2085). De AFM werpt in het wijzigingsbesluit eiseres niet langer overtreding van artikel 4:11, tweede lid, van de Wft tegen, maar handhaaft het standpunt dat eiseres meermaals artikel 4:19, tweede lid, van de Wft heeft overtreden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de AFM slechts een deel van deze aan eiseres verweten overtredingen aangetoond en de rechtbank heeft het wijzigingsbesluit mede daarom vernietigd. De boete hoeft niet te worden verlaagd omdat de AFM verschillende overtredingen niet heeft aangetoond, want eiseres heeft meerdere ernstige overtredingen van artikel 4:19, tweede lid, van de Wft begaan, zodat de opgelegde boete ook na het wegvallen van enkele verweten overtredingen passend en geboden is. De rechtbank ziet echter wel aanleiding om de opgelegde boete te verlagen in verband met de door eiseres ondervonden schade door de onrechtmatige wijze van openbaarmaking van het eerdere boetebesluit. Daarnaast moet de boete worden verlaagd wegens overschrijding van de redelijke termijn. De AFM heeft ook een nieuw publicatiebesluit ten aanzien van het wijzigingsbesluit genomen. Eiseres heeft op grond van artikel 7:1a van de Awb rechtstreeks beroep ingesteld tegen dat besluit. De rechtbank vernietigt het publicatiebesluit omdat het wijzigingsbesluit (deels) onrechtmatig is bevonden en de begeleidende tekst bij de publicatie aanpassing behoeft. Om het geschil tussen partijen definitief te beslechten, bepaalt de rechtbank zelf hoe de begeleidende tekst eruit moet zien.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken