Rb. Rotterdam 3 maart 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:2171

Met partijen houdt de rechtbank het ervoor dat QRail namens TSP een aanvraag heeft gedaan om locomotief 2551 in het voertuigregister te autoriseren voor België en dat de minister daarop afwijzend heeft beslist met het e-mailbericht van 26 juli 2022. De vraag die daarom bij de rechtbank voorligt, is of de minister bij het bestreden besluit terecht bij zijn afwijzing is gebleven. Het EVN is het Europees voertuignummer en vindt zijn grondslag in artikel 46 van Richtlijn 2016/797. De specificaties van het EVN zijn op grond van lid 2 van dat artikel vastgesteld in het Uitvoeringsbesluit 2018/1614. Zoals uit Uitvoeringsbesluit 2018/1614, in het bijzonder aanhangsel 3 en aanhangsel 6, maar ook uit onder meer artikel 47, derde lid, van Richtlijn 2016/797 volgt, is het EVN niet hetzelfde als een beperkingencode en maakt de beperkingencode ook geen deel uit van het EVN. Punt 3.2.2.9. van bijlage II van Uitvoeringsbesluit 2018/1614 brengt, ook bij conforme uitleg, daarom niet mee dat de minister op grond van artikel 26aa van de Spoorwegwet bevoegd is om een in België toegekende beperkingencode te schrappen. Ook verder ziet de rechtbank in de Spoorwegwet of in Richtlijn 2016/797 en Uitvoeringsbesluit 2018/1614 geen grondslag voor een bevoegdheid van de minister om de in België toegekende beperkingencode te schrappen. De minister heeft het verzoek alleen daarom al terecht afgewezen. Ten overvloede overweegt de rechtbank nog als volgt. In haar lezing van punt 3.2.2.9. van bijlage II van Uitvoeringsbesluit 2018/1614 stelt eiseres centraal dat het gebruiksgebied van de locomotief België en Nederland is. Het begrip gebruiksgebied is in artikel 1 van de Spoorwegwet gelezen in samenhang met artikel 2, onder 32, van Richtlijn 2016/797 gedefinieerd als: een of meer netwerken binnen een lidstaat of groep van lidstaten waarop een voertuig is bedoeld om te worden gebruikt. Het gebruiksgebied van een voertuig moet op grond van artikel 21, tiende lid, van Richtlijn 2016/79 worden vermeld in de vergunning om een voertuig in de handel te brengen. In dit geval is de vergunning (of toelating) voor België verleend op 2 januari 1961. Gelet op het feit dat die vergunning al in een ver verleden is verleend, kan er niet zonder meer vanuit worden gegaan dat het gebruiksgebied in die vergunning is neergelegd. Vast staat echter wel dat de vergunning volgens het Europees voertuigregister is ingetrokken op 14 november 2011 toen de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS) nog eigenaar van de locomotief was. Verder is de registratie van de locomotief in het Belgische voertuigenregister op verzoek van de NMBS door de Belgische autoriteiten op 2 februari 2012 doorgehaald door de beperkingencode 34 daarbij op te nemen. Gelet op deze intrekking van de vergunning (of toelating) en de doorhaling van de registratie is de locomotief niet meer toegestaan op het Belgische spoornetwerk. TSP is het daar niet mee eens en voert aan dat de Belgische autoriteiten onrechtmatig hebben gehandeld. De rechtbank biedt geen rechtsbescherming tegen besluiten van de Belgische autoriteiten. TSP heeft in België geen rechtsmiddelen aangewend tegen die besluiten, zodat de intrekking van de vergunning en de doorhaling van de registratie door de minister terecht als feit zijn aangenomen. In het licht van dat feit kan niet worden volgehouden dat België nog deel uitmaakt van het gebruiksgebied van de locomotief. Het gebruiksgebied bestaat dan ook nog alleen uit Nederland, zodat de minister ook om die reden niet bevoegd was om de Belgische beperkingencode te schrappen. Ook om deze reden gaat het betoog van TSP niet op.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken