Art. 16 Richtlijn (EU) 2016/798, Taken

Richtlijn (EU) 2016/798

1. Iedere lidstaat stelt een nationale veiligheidsinstantie in. De lidstaten zien erop toe dat de nationale veiligheidsinstantie over de vereiste interne en externe organisatorische capaciteit in termen van personele en materiële middelen beschikt. Deze is, wat betreft haar organisatie, wettelijke structuur en besluitvorming onafhankelijk van enige spoorwegonderneming, infrastructuurbeheerder, aanvrager, aanbestedende dienst en iedere entiteit die overheidsopdrachten toekent. Mits deze onafhankelijkheid gewaarborgd wordt, kan de betrokken instantie een afdeling zijn binnen het voor transport bevoegde nationale ministerie.

2. De nationale veiligheidsinstantie wordt ten minste belast met de volgende taken:

a) vergunningen verlenen om de subsystemen besturing en seingeving langs het spoor, energie en infrastructuur van het spoorwegsysteem in dienst te stellen overeenkomstig artikel 18, lid 2, van Richtlijn (EU) 2016/797;

b) vergunningen afgeven, vernieuwen, wijzigen en intrekken van voertuigvergunningen voor het in de handel brengen overeenkomstig artikel 21, lid 8, van Richtlijn (EU) 2016/797;

c) het Bureau ondersteunen bij het afgeven, vernieuwen, wijzigen en intrekken van voertuigvergunningen voor het in de handel brengen overeenkomstig artikel 21, lid 5 van Richtlijn (EU) 2016/797 en voor het verlenen van typevergunning van voertuigen overeenkomstig artikel 24 van Richtlijn (EU) 2016/797;

d) op haar grondgebied controleren dat interoperabiliteitsonderdelen voldoen aan de essentiële eisen van artikel 8 van Richtlijn (EU) 2016/797;

e) ervoor zorgen dat er een voertuignummer is toegekend overeenkomstig artikel 46 van Richtlijn (EU) 2016/797 onverminderd artikel 47, lid 4, van die richtlijn;

f) het Bureau ondersteuning verlenen bij de afgifte, vernieuwing, wijziging en intrekking van overeenkomstig artikel 10, lid 5, verleende unieke veiligheidscertificaten;

g) overeenkomstig artikel 10, lid 8, verleende unieke veiligheidscertificaten afgeven, vernieuwen, wijzigen en intrekken;

h) overeenkomstig artikel 12 verleende veiligheidsvergunningen afgeven, vernieuwen, wijzigen of intrekken;

i) de veiligheidsregelgeving, met inbegrip van het systeem van nationale voorschriften, monitoren, promoten en, waar nodig, handhaven en bijwerken;

j) overeenkomstig artikel 17 toezicht uitoefenen op de spoorwegondernemingen en de infrastructuurbeheerders;

k) in voorkomend geval, en overeenkomstig het nationale recht, machinistenvergunningen afgeven, vernieuwen, wijzigen of intrekken overeenkomstig Richtlijn 2007/59/EG;

l) in voorkomend geval, en overeenkomstig het nationale recht, aan met onderhoud belaste entiteiten verleende certificaten afgeven, vernieuwen, wijzigen of intrekken.

3. De in lid 2 bedoelde taken mogen niet worden overgedragen of uitbesteed aan een infrastructuurbeheerder, een spoorwegonderneming of een aanbestedende dienst.

Uitspraken die dit artikel aanhalen