Rb. Rotterdam 16 juli 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:9044

Varia. AVG. Beroep gegrond. Eiser heeft uitgelegd negatieve ervaringen te hebben met de verwerking van persoonsgegevens door overheidsinstanties waardoor hij bij alle overheidsinstanties die mogelijk over zijn gegevens beschikken inzageverzoeken heeft ingediend. Bij een aantal van deze betreffende overheidsinstanties, waaronder verweerder, heeft eiser een (open) sollicitatie ingestuurd. Het indienen van de inzageverzoeken lijkt dan ook niet te zijn gedaan met een ander doel dan waartoe de bevoegdheid tot het indienen van zo’n verzoek is verleend. Dat eiser is blijven doorprocederen nadat verweerder hem had meegedeeld geen persoonsgegevens van hem te verwerken, leidt in dit geval niet tot een ander oordeel. De rechtbank weegt daarbij mee dat eiser zowel in bezwaar als in beroep verweerders standpunt heeft betwist dat hij geen belanghebbende is in de zin van de Awb. Gelet hierop kan naar het oordeel van de rechtbank niet geoordeeld worden dat het indienen van het AVG-verzoek en het doorprocederen in bezwaar en beroep in deze zaak met geen ander doel is gedaan dan het innen van dwangsommen. De rechtbank waarschuwt eiser wel dat wanneer hij doorprocedeert op een wijze waarbij hij aanvragen, ingebrekestellingen en rechtsmiddelen via een niet daartoe bestemd (e-mail)adres indient om vervolgens zodra termijnen verlopen bij het bestuursorgaan dan wel bij de rechtbank om dwangsommen verzoekt zonder inhoudelijk tegen een besluit op te komen, hij het risico loopt dat de bestuursrechter in een volgend geval wel misbruik van procesrecht zal aannemen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken