Rb. Rotterdam 5 februari 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:1515
Als een bestuursorgaan dat zelf besluitbevoegd is in de ondertekening van een besluit een mandatering opneemt, is er een ondertekeningsgebrek en niet een bevoegdheidsgebrek. De reactie van een bestuursorgaan op een verzoek van een ambtenaar om een tegen hem ingestelde ordemaatregel op te heffen, is een besluit in de zin van de Awb en geen procedurebeslissing. Schorsing in belang van de dienst is redelijk en evenredig als houding en gedrag van de ambtenaar tot onrust in de organisatie leidt en de aanwezigheid van de ambtenaar de terugkeer van de rust in de wegstaat. De rechtbank is niet gebleken van een gestelde consensus binnen de organisatie om de ambtenaar de organisatie uit te werken en van strijd met het benadelingsverbod klokkenluiders. Ontslag vanwege een verstoorde arbeidsverhouding of een impasse is ten onrechte verleend. Niet gebleken is dat de ambtenaar met een laatste waarschuwing erop is gewezen dat ontslag het gevolg zou zijn als de ambtenaar houding en gedrag niet zou aanpassen. Gelet op de ingrijpende aard van het ontslag, had dit wel van het bestuursorgaan mogen worden verwacht. Het bestuursorgaan had tweemaal de maximale dwangsom moeten toekennen, omdat het niet op tijd op het bezwaar tegen de ordemaatregelen en op het bezwaar tegen het ontslag heeft beslist. Voor beide bezwaarprocedures geldt een eigen beslistermijn, ook al werden de bezwaren gevoegd behandeld. Het te late verdagingsbesluit heeft geen invloed op de duur van de beslistermijn. Het verzoek voor een termijn voor aanvullende gronden impliceert niet dat met uitstel van de beslissing op bezwaar is ingestemd. Toekenning schadevergoeding overschrijding redelijke termijn. De redelijke termijn is in dit geval langer dan twee jaar, omdat partijen tijdens de bezwaarprocedure een lange tijd met elkaar in overleg zijn geweest om er onderling uit te komen en door de vele verhinderingen van eiser bij het inplannen van een zitting in de beroepsprocedure.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 77 ARAR
- Artikel 91 ARAR
- Artikel 99 ARAR
- Artikel 24 Werkloosheidswet
- Artikel 2:4 Awb
- Artikel 3:1 Awb
- Artikel 3:2 Awb
- Artikel 3:3 Awb
- Artikel 3:4 Awb
- Artikel 3:46 Awb
- Artikel 3:47 Awb
- Artikel 4:8 Awb
- Artikel 4:17 Awb
- Artikel 6:3 Awb
- Artikel 6:7 Awb
- Artikel 6:8 Awb
- Artikel 6:22 Awb
- Artikel 7:4 Awb
- Artikel 7:10 Awb
- Artikel 8 EVRM
Aangehaalde uitspraken
- CRvB 25 juli 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1527
- CRvB 11 juli 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1425
- CRvB 30 november 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2266
- HR 7 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1402
- CRvB 23 juni 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1470
- ABRvS 25 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1473
- CRvB 7 januari 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:68
- CRvB 8 oktober 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2511
- CRvB 19 oktober 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:2525
- Rb. Den Haag 9 september 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:8886
- CRvB 20 februari 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:234
- ABRvS 13 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:765
- Rb. Midden-Nederland 21 november 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:6491
- CRvB 30 augustus 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2699
- CRvB 21 juni 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1846
- ABRvS 7 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1483
- CRvB 4 mei 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1815
- CRvB 4 juni 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1733
- CRvB 12 maart 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:735
- CRvB 25 februari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:550