Rb. Rotterdam 26 september 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:9570

Bewezen is dat de verdachte in de periode van augustus 2014 tot en met maart 2019 heeft deelgenomen aan de terroristische organisatie IS. Zij ging naar haar man met wie zij een paar dagen voor haar vertrek via Skype (islamitisch) was gehuwd, in elk geval een verbintenis was aangegaan. Ze heeft met hem twee kinderen gekregen. Tijdens haar verblijf in Syrië en Irak heeft de verdachte deelgenomen aan de terroristische organisatie IS en is zij verbleven in door deze organisaties gecontroleerde gebieden. Niet bewezen is het plegen van voorbereidingshandelingen van een terroristisch misdrijf. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden. De rechtbank overweegt hierbij dat de straf wordt bepaald op basis van de bewezen bijdrage van de verdachte een de terroristische organisatie IS en niet op basis van de misdaden zoals die door IS zijn gepleegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken