Rb. Rotterdam 21 november 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:11530
Veelprocedeerder. Combi-uitspraak. De rechtbank stelt ambtshalve vast dat eiser veelvuldig aanvragen doet om een VOG bij de staatssecretaris omdat hij advocaat wil worden. Die aanvragen zijn telkens afgewezen, dit – kortgezegd – omdat eiser een strafblad heeft en de strafbare feiten in de weg staan aan het kunnen uitoefen van het beroep van advocaat. Tegen die afwijzingen is eiser in beroep gegaan. In de beroepen is eiser telkens in het ongelijk gesteld (ECLI:NL:RBROT:2022:1148; ECLI:NL:RBROT:2023:4467 en ECLI:NL:RBROT:2024:267). Daarnaast heeft eiser veelvuldig verzocht om een voorlopige voorziening in bezwaar en beroep inzake de weigering van een VOG door de staatssecretaris. Die verzoeken zijn telkens afgewezen bij gebrek aan spoedeisend belang of omdat eiser vraagt om procesbeslissingen in de hoofdzaak waartoe de voorzieningenrechter niet bevoegd is (ECLI:NL:RBROT:2020:3496; ECLI:NL:RBROT:2021:5682; ECLI:NL:RBROT:2021:6948; ECLI:NL:RBROT:2021:8687; ECLI:NL:RBROT:2022:10134; ECLI:NL:RBROT:2022:8547; ECLI:NL:RBROT:2022:10110; ECLI:NL:RBROT:2022:10129 en ECLI:NL:RBROT:2023:7796). Hoewel de rechtbank – in aanmerking nemend dat eiser stelselmatig ontkent besluiten van overheidsinstanties te ontvangen – het aannemelijk acht dat eiser de beschikking had over het ongedateerde besluit, heeft hij niettemin beroep ingesteld wegens niet tijdig beslissen en om die reden om een dwangsom en een proceskostenveroordeling gevraagd. Gelet op het eerdere procedeergedrag van eiser duidt deze processtrategie op misbruik van recht (zie ECLI:NL:RBROT:2024:11383, punt 10). Maar zelfs als aangenomen zou moeten worden dat eiser voordat hij beroep instelde niet bekend was met het besluit, dan is sprake van misbruik van recht. De rechtbank overweegt in dit verband dat de inhoudelijke gronden die eiser heeft aangevoerd, duiden op een herhaling van zetten, terwijl eiser gelet op de genoemde uitspraken van de rechtbank had moeten begrijpen dat zijn aanvraag en beroep kansloos zijn (vgl. ECLI:NL:CRVB:2023:1523, punt 4.4.9). Gelet hierop maakt eiser met het wederom indienen van een VOG-aanvraag en het instellen van beroep wegens niet tijdig beslissen misbruik van recht. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Het verzoek om voorlopige voorziening deelt in dit lot. Ook dit is wegens misbruik van recht bij het indienen van een zoveelste kansloos verzoek niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Rotterdam 15 november 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:11383
- Rb. Rotterdam 22 januari 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:267
- Rb. Rotterdam 31 augustus 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:7796
- CRvB 1 augustus 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1523
- Rb. Rotterdam 9 mei 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:4467
- Rb. Rotterdam 25 november 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:10129
- Rb. Rotterdam 25 november 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:10134
- Rb. Rotterdam 23 november 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:10110
- Rb. Rotterdam 14 oktober 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:8547
- CRvB 12 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:880
- Rb. Rotterdam 16 februari 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:1148
- CRvB 18 januari 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:105
- Rb. Rotterdam 3 september 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:8687
- Rb. Rotterdam 16 juli 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:6948
- Rb. Rotterdam 24 juni 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:5682
- Hof Den Haag 15 juni 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:1080
- Rb. Rotterdam 17 april 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:3496
- Rb. Rotterdam 17 mei 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:4060
- ABRvS 6 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3310
- ABRvS 12 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2730