Rb. Rotterdam 8 februari 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:813
Wet markt & Overheid. De ACM heeft vastgesteld dat het Ministerie van EZK artikel 25j Mededingingswet (Mw) op één onderdeel heeft overtreden met betrekking tot activiteiten rond DVI-fondsen. MKB Multifunds meent dat er sprake is van verdergaande overtredingen, waaronder selectieve subsidiëring. De rechtbank oordeelt dat MKB Multifunds als concurrent van de DVI-fondsen belanghebbende is. Voorts is volgens de rechtbank sprake van selectiviteit. De ACM heeft dit niet onderkend. De rechtbank laat echter de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand. Bij elke toets van een maatregel aan artikel 25j lid 1 Mw moet namelijk worden beoordeeld of de maatregel resulteert in een niet-marktconforme bevoordeling van een overheidsbedrijf. Dit geldt ook als het, zoals in het onderhavige geval, een subsidie in de zin van artikel 4:23 Awb betreft. Het ligt in de rede dat bij de vaststelling of sprake is van een overtreding van artikel 9 Besluit M&O mede de strekking van artikel 25j Mw en de toelichting bij het Besluit M&O worden betrokken. Voor een dergelijke inkleuring van artikel 9 Besluit M&O bestaat temeer omdat de wet- en regelgever heeft willen aansluiten bij de Europese regels inzake het staatsteunverbod als bedoeld in artikel 107 VWEU. Gelet hierop is van belang dat uit de subsidiebesluiten volgt dat subsidies in de vorm van geldleningen zijn verstrekt, waarvoor een terugbetalingsverplichting geldt, en rente is verschuldigd. In het Commissiebesluit zijn de geldstromen die door middel van subsidiebesluiten via OostNL bij de DVI-fondsen zijn beland, aangemerkt als marktconform en is geconcludeerd dat er dus geen sprake is van enige bevoordeling en dus ook niet van staatssteun. Ondanks de selectiviteit is er daarom geen sprake van verboden subsidiëring.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CBb 12 april 2022, ECLI:NL:CBB:2022:164
- ABRvS 8 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2012
- CRvB 29 december 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:3547
- HR 15 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1786
- CBb 1 november 2017, ECLI:NL:CBB:2017:424
- ABRvS 21 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2499
- ABRvS 20 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:91
- CRvB 18 december 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:2934
- ABRvS 29 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA1378
- ABRvS 13 april 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ1072
- Gerecht EU, ECLI:EU:T:2021:560