Rb. Rotterdam 31 mei 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:4452

Uitgangspunt is dat FM-radiofrequenties voor niet-landelijke commerciële radio-omroep na afloop van de vergunde termijn worden verdeeld, via een veiling of een andere methode (artikel 3.10 van de Telecommunicatiewet). In de praktijk worden eenmaal verleende vergunningen regelmatig verlengd (artikel 18, tweede lid, van het Frequentiebesluit 2013). Bij verdeling of verlenging wordt automatisch ook vergunning verleend voor digitale omroep binnen een bepaald allotment. Met de niet-landelijke partijen is in het Kerstakkoord onder meer overeengekomen dat zij hun bestaande vergunningen voorwaardelijk kunnen inleveren en die vergunningen zullen dan geveild worden met het wettelijk minimum van 10% regiogerichtheid. Partijen mogen de inlevering weer intrekken in het geval zij niet de hoogste bieding hebben gedaan. In dat geval is die partij weer gebonden aan het oorspronkelijke (hogere) percentage regiogerichtheid. Gelet hierop heeft de Minister op 14 januari 2021 de Regeling voorwaardelijke veiling niet-landelijke commerciële FM-vergunningen (de Regeling; Stcrt. 2021, 2010) vastgesteld. Naar aanleiding van de Regeling hebben de vergunninghouders van de kavels B01, B03, B04, B06 tot en met B26, B35 en B37 verzocht om voorwaardelijke intrekking van hun vergunningen. De Minister heeft dit gedaan in februari 2021. De Minister heeft een ontwerpbesluit genomen tot de veiling van vergunningen voor niet-landelijke commerciële FM-vergunningen. Op 8 maart 2021 heeft de Minister in dit verband de start van een uniforme openbare voorbereidingsprocedure bekendgemaakt (Stcrt. 2021, 11901). KRCO en de Stichting Middengolf hebben hiertegen zienswijzen ingediend. De Minister heeft echter geen vervolg gegeven aan het ontwerpbesluit omdat de voorwaardelijke veiling werd uitgesteld. Alle zienswijzen zijn verder buiten beschouwing gelaten omdat met de radiosector werd afgesproken om voorrang te geven aan verlenging van de vergunningen met een periode van drie jaar. Bovendien moesten, als gevolg van deze verlengingen, ook de vergunningen worden aangepast. De Minister heeft de besluiten tot voorwaardelijke intrekking van de vergunningen op 23 juli 2021 ingetrokken. Op 26 augustus 2021 heeft de Minister het Besluit verlengbaarheid vergunningen niet-landelijke commerciële radio FM-band, vergunning voor commerciële radio-omroep in de AM-band en niet-gekoppelde vergunningen voor digitale radio-omroep in laag 4 (2021) vastgesteld (Stcrt. 2021, 38956). Dat Besluit heeft onder meer betrekking op kavel C12 bij de exploitatie waarvan de Stichting betrokken is. De beroepen van KRCO richten zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaren tegen de (herroepen) voorwaardelijke intrekking van de vergunningen en tegen het bekendmakingsbesluit van de voorwaardelijke veiling. Inmiddels zijn de resultaten van de voorwaardelijke veiling bekend. De bezwaren van KRCO tegen de vergunningverlening zijn niet-ontvankelijk verklaard en zij is daartegen niet in beroep gekomen. De onherroepelijkheid van de vergunningverlening heeft tot gevolg dat KRCO met haar beroepen tegen de besluiten op bezwaar en tegen het bekendmakingsbesluit niet meer het met haar beroep beoogde resultaat kan bereiken. KRCO heeft daarom geen procesbelang bij haar beroepen. De rechtbank is verder van oordeel dat de Stichting moet worden tegengeworpen dat zij heeft nagelaten om een zienswijze in te brengen tegen het nieuwe ontwerpbesluit tot de veiling van vergunningen voor niet-landelijke commerciële FM-vergunningen uit december 2021. Artikel 6:13 Awb staat daarom in de weg aan een ontvankelijk beroep van de Stichting.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken