Rb. Rotterdam 24 mei 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:4270
Verzoeksters hebben beroep ingesteld tegen het Besluit bekendmaking veiling vergunningen landelijke commerciële radio-omroep 2023 van de Minister van 24 februari 2023 (het Bekendmakingsbesluit). Verzoeksters hebben daarnaast de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. De inzet van de voorlopige voorziening is dat verzoeksters menen dat de start- of reserveprijzen in de Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen landelijke commerciële radio-omroep 2023 (de Veilingregeling) te hoog zijn vastgesteld. Verzoeksters willen dat de voorzieningenrechter bepaalt dat de Veilingregeling voor wat betreft de daarin opgenomen reserveprijzen buiten toepassing dient te worden gelaten en dat hij de prijs op een lager bedrag bepaalt. Hoewel de Minister terecht aanvoert dat op basis van eerdere uitspraken niet een exceptieve toetsing van een regeling die voorziet in de (wijze van) veiling van kavels kan plaatshebben over de band van een bekendmakingsbesluit, omdat dit niet dezelfde wettelijke basis heeft als die regeling, is de voorzieningenrechter van oordeel dat die rechtspraak onjuist is en dat in overeenstemming met een eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter wel een exceptieve toetsing van de Veilingregeling mogelijk moet zijn over de band van het voorliggende Bekendmakingsbesluit. Op grond van wat verzoeksters hebben aangevoerd, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet evident dat de (hiervoor kort samengevatte) analyses van SEO, die de Minister heeft overgenomen, onjuist zijn. Zoals uit het toetsingskader volgt, is mogelijke twijfel onvoldoende om een voorziening te treffen die onomkeerbare gevolgen heeft en bovendien tot vertraging van de veiling zal leiden. De voorzieningenrechter ziet geen grond voor het oordeel dat de Minister zich niet op de advisering van SEO mocht baseren. Het advies en de reacties op de door verzoeksters ingediende tegenrapporten van CEG zijn zorgvuldig tot stand gekomen en deugdelijk gemotiveerd. De tegenrapporten van CEG die verzoeksters hebben ingediend zijn daarentegen op onderdelen niet consistent en gaan op een aantal aspecten voorbij aan de wijze waarop SEO het onderzoek heeft ingericht en uitgevoerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 3:4 Awb
- Artikel 6:13 Awb
- Artikel 8:3 Awb
- Artikel 8:29 Awb
- Artikel 8:81 Awb
- Artikel 8:83 Awb
- Artikel 3.10 Telecommunicatiewet
- Artikel 3.11 Telecommunicatiewet
- Artikel 3.16 Telecommunicatiewet
- Artikel 8 Frequentiebesluit 2013
- Artikel 9 Frequentiebesluit 2013
- Artikel 10 Frequentiebesluit 2013
- Artikel 17 Frequentiebesluit 2013
Aangehaalde uitspraken
- CBb 20 december 2022, ECLI:NL:CBB:2022:821
- Rb. Rotterdam 20 juli 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:5958
- CBb 7 januari 2020, ECLI:NL:CBB:2020:2
- CRvB 1 juli 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2016
- CBb 23 april 2019, ECLI:NL:CBB:2019:172
- CBb 8 oktober 2015, ECLI:NL:CBB:2015:317
- CBb 8 januari 2015, ECLI:NL:CBB:2015:2
- Rb. Rotterdam 2 oktober 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:7917
- CBb 14 augustus 2013, ECLI:NL:CBB:2013:136
- Rb. Rotterdam 25 oktober 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BY2637
- CBb 30 oktober 2008, ECLI:NL:CBB:2008:BG3831
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2017:597